GVB 1000, Lijn 25, President Kennedylaan, 20 april 1958

Foto: Cor Fijma

Home > Tram > Electrische tram > Serie > Serie 8 (951-1000)

Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam - Serie 951-1000

Serie:
951-1000
Type: Aanhangrijtuig
Bouwjaar: 1949-1950
Fabrikant wagenbak: Werkspoor, Zuilen(Utrecht)
Aantal: 50 stuks
Uitvoering: éénrichtingtram
Lengte: 12200 mm
Breedte:
2200 mm
Breedte neus/kont:
1240 mm
Breedte deuropening:
1660 mm (overige deurpartijen)
Breedte deuropening:
675 mm (overige deuren separaat)
Hoogte:
3065 mm
Vloerhoogte:
735 mm
Wieldiameter buitenste wielstellen:
730 mm
Wieldiameter middelste kleine wielstel:
450 mm
Radstand:
5000 mm (2x 2500 mm)
Gewicht:
10.500 kg
Passagiersindeling:
30-60 (bij aflevering)
Nieuwprijs:
fl. 50.000,-


Door de oorlogsomstandigheden kwam van de bouw van nieuwe moderne trams voor Amsterdam, eind jaren "30, niets terecht en pas na de oorlog begon Werkspoor in maart 1946 met een sterk gewijzigd ontwerp. Op 21 maart 1946 verleende B&W een machtiging voor de aanschaf van 60 motorwagens en 50 aanhangrijtuigen, gebouwd op een onderstel volgens het Büchli-patent. Niet alleen het onderstel, waarbij de beide 5 meter uit elkaar gelegen motorassen in bogen radiaal werden ingesteld door de wielen van het middelste loopasje was nieuw, maar ook het interieur met een zittende conducteur, passagierscirculatie en elektrisch afsluitbare deuren.

In augustus 1946 begon de bouw van de eerste wagenbakken, terwijl in mei door Werkspoor 2 drieassige onderstellen bij Winterthur werden besteld. Pas in oktober verleende de Nederlandse Bank toestemming om alle onderstellen te bestellen. De bestelling was voor die tijd indrukwekkend, waarmee een bedrag van 6,7 miljoen gulden was gemoeid. De motorwagens zouden fl. 70.000,- kosten en de bijwagens fl. 50.000,-. Op 27-03-1947 werd de voordracht tot aanschaffing van één van de grootste series Amsterdamse trams, tot dan toe, door de gemeenteraad officieel met algemene stemmen goedgekeurd. Later bleek het niet mogelijk de trams voor deze prijs te bouwen en moest het krediet worden verhoogd. De order liep uiteindelijk uit tot ruim 9 miljoen gulden. Met uitzondering van de elektrische installatie, de stuurstand en de voorste deur zijn de drieassige aanhangrijtuigen constructief gelijk aan de motorrijtuigen. Ook hun levensloop is nauw met die van de motorrijtuigserie 491-550(later 891-950) verbonden. In de normale dienst heeft nooit een drieassig aanhangrijtuig achter een ander type motorrijtuig gereden, noch omgekeerd.

De bijwagens waren voorzien van railremmen, een conducteurcabine, elektrisch bedienbare in- en uitstapdeuren. Ze waren ingericht voor passagierscirculatie, waarbij de passagiers achterin in konden stappen en de wagen via de middendeuren konden verlaten. Bij de bouw had men rekening gehouden met de eventuele ombouw tot motorwagens, zoals in de Amsterdamse tramhistorie al eerder was gebeurd. Er was nog een duidelijk verschil met de motorwagens: de bijwagens hadden in tegenstelling tot de twee proefmotorwagens zijramen die men gedeeltelijk kon openschuiven, een welkome ventilatie.

Nadat in 1948 twee proefmotorwagens waren geleverd, kwamen in 1949 de eerste twee bijwagens naar Amsterdam. De aflevering geschiedde per trailer, waarbij de wagens op de Amsteldijk, bij de Remise Lekstraat, werden afgeladen.

Op 29-03-1949 reed voor het eerst een drieassig tramstel, de 491+951, in de dienst, en wel op lijn 9. Het tweede stel, 492+952, maakte hier op 06-04-1949 zijn opwachting.

Doordat er klachten waren over de hoge instap bij de twee proefmotorwagens, werd bij de bijwagens (en uiteraard ook de resterende 58 motorwagens) een extra trede tussen de bestaande aangebracht. Bij de dienst met bijwagens bleek dat de 68 pk-motoren te krap waren berekend voor de ruim 13 ton wegende motorwagens en hun 10,5 ton wegende aanhangrijtuigen, zodat de snelheid niet indrukwekkend was. Bovendien werden na enige tijd naar aanleiding van veelvuldige motordefecten de shuntstellingen uitgeschakeld, zodat meestal niet sneller dan 35 tot 40 km/u kon worden gereden.
Een ander bezwaar bleek bij het afremmen± door het relatief hoge gewicht van de bijwagen duwde deze door in de koppeling, waardoor bij elke halte een stoot ontstond in tegengestelde richting. De koppelingen waren aanvankelijk verend aan de wagenbak bevestigd+ later werd dit een vaste bevestiging.

Pas op 23-05-1949 werd begonnen met de aflevering van de seriebouw. Na eerst enige motorwagens te hebben afgeleverd, werd door Werkspoor op 09-08-1949 de eerste serie-bijwagen, de 953, afgeleverd.

Nadat lijn 9 geheel was voorzien van de nieuwe tramstellen, kwamen ze vanaf 24-10-1949 op lijn 25 en vanaf 15-03-1950 ook op lijn 24 in dienst.

Op 15-06-1950 werd de laatste bijwagen, de 1000, afgeleverd, die op 6 juli in dienst kwam.

De voortdurende overbelasting van de losse motorwagens op lijn 4 bracht in versterkte mate een aantal gebreken aan het licht, zoals ankerdraadbreuken veroorzaakt door slechte vering, defecte railremmen en verbrande deurmotoren doordat passagiers bij grote drukte op de klaptreeplanken bleven staan, terwijl de conducteur de deuren trachtte te sluiten met de voor een deek oude, uit Union-éénmanswagens afkomstige deurmotoren uit 1924-25. Ook de bijwagens hadden in mindere mate met deze problemen te kampen. Om de deurproblemen te lijf te gaan werd in navolging van proefmotorwagen 545, de klaptreeplanken vervangen door vaste smallere treeplanken. In 1954 werden deze klaptreeplanken voor vaste exemplaren vervangen bij de aanhangrijtuigen 965. 967. 970, 971, 975, 976, 985, 986, 992 en 999. In 1955 volgden: 951-953, 956, 959-962, 964, 968, 977, 978, 981-983, 988, 991, 993, 996, 997 en de 1000. In 1956 werden de resterende wagens aangeapst, tw.: 954, 955, 957, 958, 963, 966, 969, 972-974, 979, 980, 984, 987, 989, 990, 994, 995 en 998.

Ook de vering werd verbeterd na een proef met de motorwagens 527 en 545. Er werden rubbergeveerde wielen van het fabricaat Bochumer Verein aangebracht.
Als eerste kreeg de 991 ze in november 1955(in dienst op lijn 9). In december volgde de 996.
In 1956 werden ze aangebracht bij: in januari: 969; in februari: 954, 955, 974; in maart: 958, 987; in april: 981; in mei: 957, 980, 986, 990; in juni: 963, 973, 984;
in juli: 972; in augustus: 989, 995; in september: 970, 976, 994; in oktober: 951, 959, 961, 966, 975, 999; in november: 985, 998 en in december: 971, 979.

In oktober 1957 startte de volgende aanpassingsactie. Van het tramstel 503+964 werd de deurbediening vervangen. Tot dat moment werden ze bediend met hendels, bediend op 550 Volt. Nu namen schakelaars van 24 Volt met drukknoppen de taak over, terwijl de passagiers nu rechtsreeks door drukknoppen de optische signaalinrichting(het stopknopje) konden bedienen. Ook deze optische signaalinrichting werkte oorspronkelijk op 550 Volt. Dit was ook de reden dat de passagiers eerst de conducteur moesten waarschuwen via een zoemer, die net als bij de tweeassers op een batterij werkte, waarmee deze de groene lampen(5 in serie) wisselde voor de rode. Ook het noodsignaal bestond uit enkele lampen in serie. Na de inbouw van een 24-volts-installatie werd de signaalinrichting ook met 24 Volt gevoed. Via een relais konden de passagiers daarna direct het rode licht inschakelen. De oorspronkelijke gloeilampen werden door 6-volts-exemplaren vervangen die nog steeds per 5 in serie stonden geschakeld. Tevens werden er laagspanningscontactdozen en kabels aangebracht. In tegenstelling tot de motorwagens bleef het interieur ongewijzigd. Een bron van veel ruzie met passagiers was dat bij een halte de deuren niet opnieuw werden geopend, als de tram voor een rood verkeerslicht stond te wachten, veroorzaakt doordat de conducteurs de deurknoppen bedienden en ze de verkeerslichten niet konden zien, Dit probleem werd opgelost, door bij de bestuurder een schakelaar aan te brengen waarmee de optische signaaluitrusting kon worden uitgeschakeld. Dit was een teken voor de conducteurs dat ze de deuren weer konden openen voor passagiers.

In 1957 werden voorzien van rubbergeveerde wielen: in januari: 992; in februari: 967, 956, 1000; in maart: 968; in mei: 953, 964, 977, 983, 988, 997; in november: 962 en in december: 960.

In 1958/59 werden de resterende bijwagens voorzien van rubbergeveerde wielen,tw.: in 1958: in januari: 993; in maart: 952 en in 1959: in maart: 978; in april: 965 en in november: 982(26-11-1959).

In 1958/59 kregen wederom een aantal wagens een grote revisie, zoals in 1957 bij de 964 plaatsvond. M.u.v. de 957, 961 (en de 964) kregen de wagens hierbij ook gewijzigde interieurkleuren, waarbij alles dat niet van hout was grijs werd geschilderd. Behandeld werden in 1958: in april: 961, 957; in juni: 955, 984; in juli: 972;
in augustus: 963, 989; in september: 975, 976; in oktober: 970, 998; in november: 967, 971.
In 1959 werden behandeld: in januari: 995; in maart: 973, 980; in april: 969; in mei/juni: 966, 990, 994; in juli/augustus: 954, 985; in september: 986; in oktober: 979; in november: 959 en in december: 965.

Door de komst van de 37 enkelgelede trams voor lijn 1 en 2 ontstond in de jaren 1957-59 de situatie dat de van die lijnen vrijgekomen zesassers na de avondspits de drieassige tramstellen van lijn 16 en 24 gingen vervangen.

Op 28-11-1959 botste tweeasser 419 van lijn 4 achterop de drieassige bijwagen 958 van lijn 9, waarbij beide flinke schade opliepen. Na herstel kwamen ze weer in dienst.

Door de komst van nog meer, inmiddels dubbelgeleed, nieuw materieel verschenen in de winterdienst 1960/61 ook drieassige tramstellen op de lijnen 3 en 13. Samen met de op de lijnen 9, 24 en 25 rijdende stellen waren niet minder dan 42 stellen in gebruik, een bewijs dat men eindelijk de problemen met de voertuigen te boven was gekomen.

In 1960 kregen 9 bijwagens een grote revisie met aanpassing van de deurbediening en optische signaalinrichting, tevens nieuwe interieurkleuren,tw.:
in januari/maart: 968, 977, 992; in april/juni: 991, 999; in juli/september: 981, 983 en in oktober/december: 960, 961.

Op 01-01-1961 verschenen ook op lijn 4 de combinaties gelede trams en drieassers en in april/mei ook in de weekeinden op lijn 3 en 10. Met ingang van de winterdienst 1961/62 reden de stellen op de lijnen 4, 7, 9, 13, 24 en 25, wederom 42 in getal. In de weekends verschenen ze ook op de lijnen 3, 10 en 16.

In 1961 kregen weer een aantal rijtuigen een grote revisie met voornoemde aanpassingen, tw.: in februari: 951, in maart: 956; in april: 978, 996; in juli: 958;
in augustus: 952, 997; in oktober: 982; in december: 993, 1000. De 982 en 1000 kregen hierbij tevens een nieuw type rijtuigcijfers aangebracht.
De goudgele krulcijfers werden vervangen door een rechter geel type met een lichte gouden gloed.

In 1962 kregen de resterende wagens hun grote revisie, tw.: in februari: 988, 974; in mei: 987; in juni: 953. Deze wagens kregen allen het nieuwe cijfertype.

Door de afleveringen van meer gelede trams voor de nieuwe lijn 17(reeks 635-669) kon vanaf juni 1963 ook lijn 3 doordeweeks gelede trams en drieassers krijgen. In de winterdienst 1963/64 reden op maandag/vrijdag op vrijwel alle lijnen drieassers, waarbij de stellen te vinden waren op lijn 3, 4, 5(spitslijn), 7, 9, 10, 13, 16, 24 en 25. Op lijn 1 en 2 reden enkelt losse motorwagens en op lijn 17 en spitslijn 27 reden als enigen geen drieassers.

In 1963 kregen nieuwe rijtuigcijfers: in augustus: 972; in september: 998; in oktober: 955, 981 en in december: 957, 971, 989, 995.

Op 15-07-1964 vond bij het Amstelstation een zware aanrijding plaats tussen geleed tramrijtuig 636 en de drieassige aanhanger 961.
De 961 liep hierbij zware schade op en moest voor herstel naar de CW.

In 1964 kregen nieuwe rijtuigcijfers: in februari: 963, 964, 966; in maart: 951, 983; in mei: 984; in juli: 961, 967; in september: 958, 960, 976; in december: 952, 975, 978, 986. In 1965 kregen nieuwe rijtuigcijfers: 962, 969, 970, 973, 980(juni), 990(augustus), 993 en 994(juni).

Ook in de zomerdienst 1966 was de inzet van de drieassige stellen nog steeds op de lijnen 3, 4, 7, 9, 10, 13, 16, 24 en 25, waarbij de onderstreepte stellen vanuit de Lekstraat werden gesteld en de overigen vanuit de Havenstraat en na 18.30 uur werden 4 stellen van lijn 24 verruild voor enkelgeledes afkomstig van lijn 1 of 2.

In 1966 kregen nieuwe rijtuigcijfers: in januari: 985; in mei: 954(bij grote revisie); in juli: 959, 991; in augustus: 979, 999; in oktober: 977; in november: 997, 992(alleen achterop). Na de grote revisie werd bij de 986 aan de instapzijde het stadswapen en de rijtuigcijfers op de foutieve plaats aangebracht.

De winterdienst 1966/67 vertoonde eveneens het vertrouwde beeld met drieassers op de lijnen 4, 7, 9, 10, 13, 16, 24 en 25, waarbij een drieasser wel eens op lijn 3 ter vervanging van een gelede reed én na 18.30 uur werden 5 stellen van lijn 16 vervangen door dubbelgeledes van lijn 17 en 4 stellen van lijn 24 door enkelgeledes van lijn 1 of 2.

In de zomer van 1967 was de levering van de gelede wagens reeks 670-724 zover gevorderd, dat op doordeweekse dagen ook op lijn 7 geen drieassers meer nodig waren. Op zaterdag en zondag reden ze alleen nog op de lijnen 24 en 25.

Met ingang van 11-09-1967 werd de éénmansbediening op de motorwagens van spitslijn 27, waar de drieassers nu ook verschenen, ingevoerd, zodat de kaartverkoop ed. alleen nog in de bijwagen plaatsvond.

In juli 1967 verscheen aanhangrijtuig 964 na een grote revisie op straat met polyester beplating.

In november 1967 begon men met de vervanging van de gedeelde ramen aan de instapzijde(deels alleen de 2 ramen bij de conducteur) door dichte exemplaren om klachten over tocht tegen te gaan.

In 1967 kregen de 956(maart) en de 965 als laatsten het nieuwe rijtuigcijfertype aangebracht, terwijl de 968 en 996 dit type nooit hebben gekend. Hierna werd wederom een nieuw cijfertype geïntroduceerd. Dit was nog rechter en gestyleerder en wit van kleur, aangeduid als type C4). Hiervan werden in 1967 nog voorzien: in augustus: 992; in november: 970 en in december: 968, 989, 996.

Bij grote revisies werden voorts in 1967 de 968 en 996 in december nog voorzien van polyester beplating. De 996 ging in afwachting van andere deuren buiten dienst tot eind 1968!!!

Op 06-02-1968 kwam de 999 uit grote revisie. Hierbij kreeg hij witte C4-cijfers, ook wel als standaardcijfers betiteld, aangebracht. Voorts had hij polyester beplating. Bij deze wagen werd links van de ingang onderaan het raam en ertgenover aan de blinde zijde een lijncijferkastje aangebracht, waarin oude zijfilms van de 493 werden geplaatst. Op 09-02-1968 kwam hij met die 493 als trekkracht in dienst op lijn 24. In tegenstelling tot de 493 was het lijncijferbord bij de 999 op de achterzijde van de conducteurzetel vervallen.

Op 08-05-1968 kwam het stel 507+951 na een grote revisie in dienst op lijn 24. De bijwagen werd gelijk aan de 999, maar kreeg een ander soort deuren. Deze aluminium deuren, van hetzelfde profiel als de deuren van de gelede trams, werden ontwikkeld om de corrosieproblemen met de oude deuren uit de wereld te helpen. Ook de pianoscharnieren tussen de panelen vormden een bron van ellende. Het probleem was een deurbeweging te ontwikkelen waarbij de bestaande aandrijving gehandhaafd kon worden. Op een aantal bussen van Maarse & Kroon(de eerste exemplaren van de serie 400 om precies te zijn) werd een constructie aangetroffen die tot de gekozen oplossing voor de drieassers inspireerde. Wel draaiden sindsdien de deurmotoren in tegenovergestelde richting. De nieuwe tweedelige deuren waren grijs van kleur. Op 18-06-1968 volgde het overeenkomstig verbouwde tramstel 513+983 na zijn grote revisie, dat die dag als wachtwagen in dienst kwam.

In verband met het dubbel voorkomen van wagennummers bij de tram en bus te voorkomen werden per 01-08-1968 officieel de drieassige motorrijtuigen vernummerd tot 891-950. De vernummering geschiedde in de periode 08 t/m 25-07-1968, waarbij in een aantal motorwagens binnenin(op het achterbalkon) het nummer van de vaste bijwagen werd aangebracht. Omgekeerd gebeurde dit ook in de bijwagen(voorbalkon). Dit had tot doel de aparte administratie voor het plannen van onderhoudsbeurten van de bijwagens te laten vervallen. Het onderhoud van de bijwagen viel sindsdien samen met dat van de motorwagen. Hoewel vanaf deze periode drieassige combinaties soms jarenlang bleven bestaan, verwaterde dit systeem van vaste tramstellen gaandeweg.

In 1968 kregen polyester beplating: 951(8 mei), 958(september), 983(18 juni) en 999(9 februari). Verder kregen een lijnfilmkastje: 951(8 mei), 958(september), 988(november), 996(16 oktober) en 999(9 februari).Voorts werden witte standaardcijfers aangebracht op 18 bijwagens, tw.:
in januari: 990, 993; in februari: 975, 999; in maart: 962, 964; in april: 966, 971; in mei: 951, 973, 985; in juni: 983; in september: 958; in november: 972, 980, 988 en in december: 984, 987. Voorts kregen de 951, 958, 983 en 996 op bovengenoemd tijdstip tevens de nieuwe tweedelige grijze aluminumdeuren ingebouwd.

In afwachting van hun grote revisie werden in juni 1968 de stellen (505+)981, (509+)960 en (525+)978 terzijde gesteld. De motorwagens gingen in de tweede helft van 1968 in revisie en kwamen aansluitend weer in dienst, terwijl de bijwagens terzijde bleven staan. In juli 1968 ging ook de 952 terzijde. Op 01-11-1968 volgden de (926+)956 en (928+)953. In mei 1969 werd tevens de 982 uit de roulatie genomen. In oktober 1969 kwam de 956 voor einge tijd weer in de dienst terug, doch ging niet lang daarna weer terzijde.

In de winterdienst 1968/69 reden in de spits 36 drieassige stellen op alle lijnen, m.u.v. lijn 17. Met de komst van de (voorlopig) laatste gelede tram(reeks 670-724) verdwenen aan het einde van de winterdienst 1967/68 de tweeassers uit de dienst en werd hun taak overgenomen door de drieassers, zodat deze nu enkelt nog spitsritten gingen verzorgen, aangevuld met enkele dagdiensten. In de zomer van 1968 en 1969 reden de drieasser-stellen enkelt nog op lijn 27.

In 1969 kreeg enkel de 961 bij een grote revisie polyester beplating(en was daarmee tevens de allerlaatste). Verder kreeg hij de filmkastjes, nieuwe deuren en witte standaarcijfers. Op 13-01-1970 kwam hij in dienst.

In oktober 1969 werden op het open terrein proeven gehouden met de gelede motorwagen 580, waarachter een drieassige bijwagen was gehangen, tw. de 954 en 980. In de nacht van 27/28-10-1969 werd met de 580+980 een nachtelijke proefrit gehouden. In de nacht van 28/29-10-1969 vond wederom een rit plaatst met de 580+954, waarna in de nacht van 29/30-10-1969 het geheel werd herhaald met de 580+953. De 953 was hierbij gevuld met zandzakken. Doel van dit alles was te beproeven of een zesasser in staat was een volbezette drieassige bijwagen te trekken. Er waren plannen gemaakt om van de 124 aanwezige achtassige gelede wagens(de 601-724) 62 stuks te verlengen tot tienassers met gebruikmaking van de middenbakken van de overige 62 stuks. Deze zouden dan samen met de bestaande 36 zesassers een serie van 98 enkelgelede trams vormen, die men wilde verstreken met 98 drieassige bijwagens, waartoe dan 48 motorwagens tot bijwagen zouden moeten worden omgebouwd, wat precies het omgekeerde was van wat de directie in 1948 voor ogen had gehad! Men zou daarmee met een minimum aan kosten de capaciteit van het wagenpark kunnen vergroten.
De tienassers(17 smalle en 45 brede exemplaren) zouden dan 29 meter lang worden met een capaciteit van 265(smalle) resp. 280(brede wagens) passagiers. Dez zesassers met bijwagen werden dan 30,5 meter lang met een capaciteit van 240 tot 250(afhankelijk van de breedte) passagiers. De overgebleven 12 motorwagens(inclusief lesrijtuig 891) zouden dan voor extra ritten(wachtwagens), instructie en dergelijke gebruikt kunnen worden. De proefritten met deze combinatie leverde geen technische problemen op, doch de fabrikant van de motoren, Siemens, stelde vast dat het motorvermogen van de tienassers problemen op zouden leveren. Aan de hand van metingen bleek dat een voortdurende overbelasting van de tractiemotoren het gevolg zou zijn en ook het remvermogen van de tienassers vormde overigens een moeilijk oplosbaar probleem, zodat dit fraaie plan strandde en geen doorgang vond.

In de winterdienst 1969/70 verschenen 24 stellen in de spits op straat, waarbij ze overdag de dienst aanvulden. Door een groot aantal defecten door sneeuwval bevonden zich op 08-12-1969 niet minder dan 45 drieassers op straat, een lang niet meer gehaald aantal, waarbij enkelt de terzijde staande 952, 953, 960, 978, 981 en 982 niet reden.

De zomerdienst van 1970 was gelijk aan voorgaande jaren, doch de winterdienst 1970/71 leverde een aanmerkelijk slechtere dienstregeling op met slechts 156 geledes(ten gevolge van het steeds nijpender wordende personeelsgebrek). Er werden slechts 8 drieassige stellen ingedeeld, die evenwel na 26-10 op elke lijn(m.u.v. lijn 17, waarop overigens wel een enkele keer bij materieelgebrek en vertragingen een stel reed) door tenminste één stel als extra werd aangevuld met een maximum van 28 stellen.

Eind december 1970 werden wederom 4 stellen terzijde gesteld in de remise Havenstraat op spoor 2, tw.: (906+)957, (924+)955, (938+)997 en (939+)963. Op spoor 1 stonden reeds één jaar opgesteld de bijwagens 952, 953, 956 en 982, tevens een 5-tal motorwagens. Verder stonden nog de 960, 978 en 981 aan de kant.

Op 01-05-1971 waren er door de invoering van de zelfbediening op de gelede trams geen conducteurs meer bij het GVB; slechts voor lijn 27 werden dagelijks een aantal bestuurders ingedeeld op de bloedneusbijwagens. In de zomerdienst waren er voor lijn 27 nog maar 5 stellen nodig, die ook vaak door een gelede tram werden vervangen.

In navolging van de gelede trams kregen de bloedneus-motorwagens stempelautomaten. Men breidde het aantal bloedneus-stellen gaandeweg uit en in februari 1972 waren er na revisie 25 in dienst, want het onderhoud aan de drieassers was inmiddels in feite gestaakt. Desgevraagd meldde de GVB-directeur dat revisie van de drieassers op fl. 55.000,- per wagen zou komen. De bijwagens werden bij deze actie voorzien van een rode band rond de ramen, de nieuwe tweedelige aluminium deuren en filmkastjes, doch in het aanbrengen van lijnnummerkastjes bij de bijwagens kwam gaandeweg de klad, zodat men aan de achter- en zijkanten van de trams niet meer kon zien op welke lijn de tram reed. Voor de ombouwlijst verwijst de tekst na het jaartal 1973.

In het kader van het rechttrekken van de voornaamste tramlijnen werd lijn 1 op 16-10-1971 naar Osdorp verle(n)gd en werd lijn 17 ingekort tot het Surinameplein, waardoor spitsuurlijn 27 kwam te vervallen. De bloedneuzen stonden vanaf dat moment ter beschikking aan alle lijnen. Met 25 stellen dacht men wel uit te komen en besloten werd 22 motor- en 12 bijwagens af te voeren, waartoe B&W echter geen toestemming gaf. In de periode februari-april 1972 reden er niettemin nog 3 onverbouwde "driemanstellen" en in mei 1973 bedroeg het aantal bloedneuzen 40 motorwagens en 35 bijwagens.

Op 22-12-1971 liep de 953, die terzijde stond, bij een brand grote schade op, zodat dit het definitieve einde van dit aanhangrijtuig betekende.

In 1972 kocht het GVB van het Brusselse trambedrijf MIVB in België een aantal plafond-verwarmingselementen om een aantal drieassers te verwarmen. In vergelijking met het comfortabele gelede materieel bleef het comfort van de drieassers erg mager, zeker als ze in de openlucht remise Havenstraat waren gestald. In december verscheen het tramstel 922+984 als eerste met verwarming en in een jaar tijd werden in totaal 19 bijwagens (en 22 motorwagens) aldus uitgerust. Het effect bleef beperkt, want verwarming boven de hoofden van de passagiers was niet zo zinvol en de kans op oververhitting van het plafond bleek niet denkbeeldig na een brandje in een bijwagen, zodat de actie tot deze trams beperkt bleef.

De zomerdienst van 1972 zag geheel geen drieassers meer en in de winterdienst 1972/73 kwamen toch weer 23 stellen op straat op alle lijnen in de spits, m.u.v. de lijnen 1 en 2, terwijl lijn 17 overdag 8 stellen had, die 's avonds werden uitgeruild met 5 geledes, afkomstig van lijn 1.

Ook in het voorjaar 1973 reden de 3 diremansstellen als extra's op lijn 4, tw. 918+974, 940+972 en 950+1000.

Op zondagochtend 01-07-1973 reden vóór aanvang dienst voor filmopnamen op het Leidseplein enige gelede trams(717, 719 en 724) en een aantal drieassers. De drieassers waren (939+)967, (932+)999 en motorwagen 942. Op 30 en 31-07 reden in de omgeving van de Havenstraat weer de (932+)999. De nummers waren weggeplakt, opdat het bioscooppubliek later niet konden zien dat met verschillende wagens werd gewerkt. De Haagsche Courant van 10-08-1973 schreef hierover, dat aan het klapstuk van de nieuwe film Naakt over de Schutting van Frans Weisz, op de vroege zondagochtend gewerkt werd. Wie er vroeg voor wilde opstaan, kon Rijk de Gooyer achter de stuurknuppel van een razendsnelle tram zien met Jennifer Willems aan zijn zij. Hij had het er moeilijk mee, want hij diende te jagen op een geroutineerde wagenvoerder, die de kille loop van een revolver in zijn nek voelde. De onvermijdelijke botsing stond er pas later op. Geen echte, maar een trucage en men was knap als men dat in de film zag.

Op 06-08-1973 reed rond 16.00 uur het stel 914+954(ingetuigd als lijn 4) onbemand de remise Lekstraat uit, door een verkeerde schakeling op de slijpkuil. Dit gebeurde met geringe snelheid, zodat de bocht naar de Rijnstraat zonder moeilijkheden genomen werd. Daar het verkeerslicht bij het Victorieplein op groen stond, gebeurde ook hier geen ongelukken. Een bestuurder van een wagen van lijn 4, die aan de halte stond, vond dit uitrukkende drieassige stel nogal vreemd en daar hij bij nadere beschouwing geen bestuurder kon ontdekken, zette hij rennend de achtervolging in en bracht de wagen tot stilstand, zonder dat zich verder ongelukken hadden voorgedaan.

In de periode 1971/73 werden nog enkele wagens buiten dienst gesteld,tw.:
    - begin 1971 stonden terzijde sinds eind september 1970: 955, 957, 963, 981, 993 en 997.
    - Officieel stonden sinds januari 1970 reeds de wagens 952, 953, 956, 960, 978 en 982 terzijde.
De daadwerkelijk buitendienststelling lag zoals reeds eerder vermeld vaak eerder in de tijd.

In de loop van 1971 werden overigens ook de 958, (930+)959, (910+)966, (949+)971, 972, (922+)976, (933+)984, (940+)987 en (947+)995 terzijde gesteld. Deze bijwagens werden echter alsnog in de bloedneus-actie meegenomen en kwamen toen weer in dienst, m.u.v. de 987 die wel in dienst kwam, doch niet als bloedneus. De driemanstellen 915+962, 918+974, 950+1000 en vanaf april 1972 ook de 900+972 kwamen en waren begin 1972 nog beschikbaar voor de dienst als RAI-extra op lijn 4.

In 1973 werd gestart met de sloop van een aantal onverbouwde drieassers op het remiseterrein van de Centrale Werkplaats Tollensstraat aan het Bellamyplein. Dit betrof een sloopactie van 14 wagens. Begin februari 1974 was deze sloopactie voltooid. Respectievelijk verdwenen hierbij van de bijwagens: 997, 960, 981, 952, 982, 956 en 953, waarbij de laatste 2 in 1974 werden gesloopt.

In de periode 1971-1973 werden diverse aanpassingen en verbouwingen aan de bijwagens verricht, tw.:
    - witte standaardcijfers(type C4) kregen:
            - 1971: in maart: 969; in juli: 979; in augustus: 986, 994, 998; in september: 954, 965; in oktober: 977; in november: 991;
                         in december: 959.
            - 1972: in september: 976.
            - 1973: in maart: 967.
    - een rode EMW-band, met filmkastjes(onderstreepte wagens) en nieuwe aluminium grijze tweedelige deuren(vetgedrukte wagens) kregen:
            - 1971: in augustus: 958, 994, 998; in september: 996; in oktober: 954, 964, 965, 968, 969, 977, 979, 980, 983, 986, 992, 994,
                         999; in november: 951, 961, 991; in december: 959, 985, 988.
            - 1972: in januari: 973; in februari: 990; in maart: 966; in april: 962; in juni: 970; in augustus: 989; in september: 971, 975,
                         976; in december: 984.
            - 1973: in maart: 967, 972.
Over de laatste rubriek volgen nog enige opmerkingen, tw.: de wagens 951, 958, 961, 983 en 996 bezaten reeds een filmkast en nieuwe deuren en de 988 en 999 bezaten reeds een filmkastje. Voorts kreeg de 991 geen nieuwe deuren, doch de vierdelige klapdeuren werden wel grijs geschilderd! De 959, 968, 973, 977, 985, 991, 994 en 998 kregen in mei 1973 alsnog filmkastjes ingeplaatst en de 965 en 979 kregen in oktober 1973 alsnog filmkastjes én nieuwe tweedelige grijze aluminium deuren ingeplaatst, zodat van de EMW-bijwagens alleen de 954, 969, 980, 986 en 991(deze wagen wel met grijs geschilderde deuren), 992 en 995 met oorspronkelijke deuren en zonder filmkastjes bleven rondtuffen.

In 1972 werden de verwarmingselementen ingebouwd in december in de 959 en 984, waarna in 1973 de verwarmingselementen werden aangebracht in de andere 17 wagens, tw.:
in januari: 976(09-01), in februari: 962, 989, 999; in maart: 961, 967, 972(30-03), 988, 995; in oktober: 965(01-10), 979(11-10); in november: 977, 996, 998;
in december: 958, 969, 983. In maart 1973 ging de 976 overigens tijdelijk buiten dienst door schroeiplekken aan het plafond door een verkeerde constructie van de verwarming, waardoor deze buiten dienst ging en pas in de winter van 1973 weer in gebruik kwam en de verdere inbouw vervolgde.

In de winterdienst 1973/74 kwamen toch weer 23 stellen op straat op alle lijnen(m.u.v. lijn 1 en 2) in de spits bij de uitgebreide "gele" dienstregeling. Bij de beperkte dienstregeling reden ze enkelt op lijn 17, waar ze in de zomer van 1973 tevens enkel te vinden waren.
De alternatieve "witte"dienstregeling werd zo vaak gereden dat er gelede trams over waren en ook lijn 17 meestal met geledes kon worden gereden. Bij de invoering van de benzinerantsoenering, in verband met de oliecrisis, stonden 7 stellen beschikbaar voor de lijnen 3, 4, 7, 9, 10 en 13. Tevens werden 2 driemansstellen, de 915+974 en 933+987, dienstvaardig gemaakt. Het tweede stel reed op 22-01-1974 op lijn 4 en op 23-01-1974 op lijn 3, terwijl het 915-stel op 22-02-1974 op lijn 9 reed en daar bleef het voor deze stellen bij. Tijdens de Huishoudbeurs, van 19 t/m 28-04-1974, reden ze als extra lijn 4.

In de remise Havenstraat werd een begin gemaakt met de uitbreiding van het achterterrein. Hierdoor werd de ruimte in deze remise tijdelijk wat schaars, waardoor een 7-tal drieassers uit het spoor werd getrokken in mei 1974 en in een lege hoek werden opgeslagem. Van de bijwagens waren dit de 955, 957, 963, 978 en de 1000.

In de zomer van 1974 reden er een beperkt aantal drieassers, waarbij zelfs een deel op dagdiensten(lijn 4, 16, 17 en 25) reden. In de spits waren ze te vinden op de lijnen 4, 7, 9, 10, 16, 17, 24 en 25.

In augustus 1974 kreeg de 959 achterop 2 L-vormige reflectoren aangebracht. Vanaf oktober 1974 werden ze vervangen door ronde exemplaren en deze werden ook aangrbacht op de aanhangrijtuigen 954, 961, 964, 966, 968, 969, 971-974, 984, 986, 987, 990, 995 en 996.

Met ingang van de winterdienst 1974/75 werden maximaal 30 drieassers ingedeeld, waarbij op de lijnen 3, 4, 7, 9, 10, 13, 16, 17, 24 en 25 drieasser-inzet plaatsvond. De stellen van lijn 17 reden in de ochtendspits uit en vervingen dan de voor de ochtendspits gestartte geledes, die dan naar lijn 1 gingen. Na de avondspits vervingen enkele geledes van lijn 1 weer de drieassers op deze lijn.
Vanaf 15-10-1974 reden voorts 2 driemansstellen, tw. de 915+974 reed op lijn 25 en de 933+987 reed op lijn 4. De komst van de nieuwe geledes uit de 725-reeks betekende in de loop van de winterdienst de afname van de drieassers. Zo verdwenen ze per 25-11-1974 van lijn 9 en de vaste extra's, die door de onverbouwde stellen werden gereden, werden per 01-12-1974 geleed, zodat de stellen 915+974 en 933+987 op 29-11-1974 hun definitieve laatste ritten reden.
Door de vele defecten reden echter op 10-12-1974 30 stellen op straat! Aan het einde van de winterdienst 1974/75 eindigde voorlopig de inzet van de drieassers. Op aanraden van het GVB besloot B&W een verbod op inzet van drieassers uit te vaardigen.

Net als de 915- en 933-stellen ging de 940+972 op 10-11-1974 terzijde.

Eind 1974 werd een tweede sloopactie gestart. In tegenstelling tot de eerste actie werden de wagens na onttakeling afgevoerd naar sloperij Gerritse in Badhoevedorp. Hiertoe werden de 963 en 1000 in januari 1975 weer in het spoor getrokken. De 957 volgde op 16-02-1975, waarna ook de 955 en 978 aansluitend weer op de rails werden geplaatst. In 1975 eindigde deze actie, waarbij 15 drieassers vertrokken. Van de bijwagens gingen weg: 957, 963, 978 en 955(allen in 1975).

Half januari 1975 kregen alle bloedneus motor- en bijwagens(ook diegenen die reeds ronde exemplaren hadden) 2 L-vormige reflectoren achterop aangebracht.

De zomerdienst 1975 kende dan ook geen drieassers meer. Ook de winterdienst 1975/76 betekende een verschoning van drieassers, ondanks dat door materieelgebrek dagelijks in de spits zo'n 5 á 6 diensten uitvielen.
Na lang aandringen van de WOVAA, een passagiersbelangenorganisatie, werd door B&W het besluit herroepen en per 07-01-1976 werd de inzet van drieassers weer mogelijk. Vanuit de Lekstraat kwam de 941+967 in dienst en reed bij gebrek op lijn 7, 9 en 4.
Vanaf 29-01 versterkt door het stel 898+995. Na een defect aan de 941 nam de 903 zijn taak over en ging als stel 903+967 verder. Het stel 903+967 reed tot 26-03 rond op de lijnen 4, 7, en 10. Het stel 898+995 reed tot 12-04 op de lijnen 3, 4 en 7. Vanuit de Havenstraat reden de stellen 894+983, 905+975 en 913+990. Het eerste stel reed tot 14-04. De andere 2 stellen reden ook nog op 10-05. Ze reden op de lijnen 10, 16 en 24.

Op 29-12-1974, 19-08-1975 en 20-09-1975 reed het stel 933+987 resp. een extra hobbyistenrit, een MOROP-Congres-rit en in de GVB-jubileumoptocht.

Op 04-02-1976 werd de nieuwe werkmotorwagen M5, ontstaan uit de drieassige motorwagen 911, in gebruik genomen. In febrruari 1976 reed dit motorrijtuig voor inspectie van de bovenleiding door de stad met aanhanger 998 aan de haak, waarin in het voorste gedeelte waarnemers zaten, die zo de pantograaf konden bekijken.

Op 26-03-1976 reden door de uitval van de gehele serie 1G/2G(de gelede reeks 851-887) 5 stellen in dienst, waarbij zelfs het stel 891+998 op lijn 10 reed.

Hals over kop werden een aantal drieassers opgelapt om op 29-03-1976 dienst te kunnen gaan doen, maar de problemen waren snel te baas, zodat deze inzet niet nodig bleek. Deze drieassige stellen betroffen 917+987, 944+996 en 946+988.

De 987 reed achter de 917 op 14-05-1976 als lijn 5 een rit voor Belgische scholieren en dit was de daadwerkelijk laatste inzet van deze onverbouwde bijwagen.

In de zomer van 1976 werden er geen drieassers gebruikt, maar in de winterdienst van 1976/77 moest wederom een beroep worden gedaan op de drieassers.
De volgende stellen reden in de dienst(soms slechts een enkele keer!):
    - 903+979 : periode 01-12-1976(lijn   3) t/m 12-01-1977(lijn   4) op de lijnen 3, 4, 7 en 9.
    - 894+983 : periode 03-01-1977(lijn 16) t/m 28-04-1977(lijn 17) op de lijnen 2, 10, 13, 16, 17, 24.
                          Voor lijn 2(21-04-1977) was dit de eerste keer dat hier een bloedneus tramstel reed.
    - 898+995 : periode 03-01-1977(lijn   7) t/m 10-03-1977(lijn   7) op de lijnen 3, 4, 7 en 9.
    - 905+975 : Deze reed uitsluitend op 16-02-1977 op lijn 10.

De zomer van 1977 was wederom drieasserloos, maar de opening van de metro op 16-10-1977 had de indienststelling van 2 nieuwe tramlijnen, 6 en 12, tot gevolg, waardoor er het in jaren niet vertoonde aantal van 213 trams in de spits op straat diende te verschijnen. Van de 39 nog aanwezige drieassige aanhangrijtuigen werden er 22 dienstvaardig gemaakt. Reeds in maart werd gestart met de verwijdering van de lijnfilms i.v.m. de nodige aanpassingen voor de winterdienst 1977/78. Bij de onderhoudsbeurt in de CW werden nieuwe films geplaatst, tevens routekartonhouders i.v.m. de komst van de nieuwe lijnen en het zone-tarief.
De opknapbeurten vonden plaats vanaf april, tw.: in april: 975; in april/mei: 965, 985, 983; in mei/juni: 959, 967, 976, 972(deze stond bd sinds 1974!);
in juni/juli: 998, 958, 961; in juli/augustus: 973, 977; in augustus/september: 970, 999 996, 964, 968; in september/oktober: 951, 966, 979, 994.
Van de overigen bleven 8 als koude reserve over, terwijl de rest plukwagen werd voor de rijdende exemplaren. Hiervan werden door ruimtegebrek in de Havenstraat, ontstaan door de aanleg van nieuwe werkkuilen, in september 1977 de 986 en 992 uit het spoor getrokken. Alle 17 de resterende bijwagens werden in september 1977 terzijde gesteld.

In 1977 werd de verwarming buiten dienst gesteld en deels verwijderd.

Op 11-10-1977 werd het stel 933+987 geschonken aan de Tramweg-Stichting, die de wagen onderbracht op de locatie Amsterdam, Karperweg(RETM-EMA).

In de winterdienst 1977/78 kwamen de 22 tramstellen in dienst op de lijnen 3, 4, 6, 7, 9, 10, 13, 16, 17, 24 en 25. Door materieelgebrek kregen de lijnen 4, 6 en 13 vanaf half november 1977 zelfs weer dagdrieasser toebedeeld(eerste inzet op 22-11-1979 op lijn 6: 909+979). Vanaf 16-01-1978 werd op alle lijnen, m.u.v. lijn 1, de gele dienst ingevoerd, zodat de bloedneuzen nu ook op lijn 2 verschenen, voor het eerst na een éénmalig optreden in 1977! Op 23-01-1978 kwamen nog 4 drieassige RAI-extra's op straat.

De zomer van 1978 zag geen drieassers meer en tussen mei en augustus werden 9 bijwagens bij sloperij Gerritse te Badhoevedorp gedumpt voor de sloop, waarmee het bestand zakte tot 28(22 rijdend en 6 reserve). Naar de sloper gingen resp.: 995, 993, 954, 974, 980, 969, 992, 1000 en 986.

De winterdienst van 1978/79 ging op 01-10-1978 van kracht. Op 03-10-1978 kwamen toen in de ochtendspits 3 stellen in dienst op (snel)tramlijn 1! Na dit mislukte "experiment", waarbij de trage drieassers in zijn geheel niet konden meekomen, werd dit afgeblazen en verschenen deze stellen extra op lijn 10. De dienst liet de inzet toe van 15 stellen op vrijwel alle lijnen, doch door personeelsgebrek reden er vaak minder trams, maar na de opening van lijn 5 kwamen er maximaal 20 stellen op straat.
Op 23-11-1978 reed voor de eerste keer een drieasser op lijn 12(stel 892+998)! Deze winterdienst was de laatste, waarin in grote getalen drieassers in de dienst reden. Men dacht op dat moment zelfs dat het de laatste zou worden.
Op 23-05-1979, de laatste dag, reden 6 stellen op straat, tw.: 946+961 op lijn 2, 910+968(lijn 4), 909+979(lijn 6), 942+959 en 919+965(lijn 24) en de laatste binnenloper was het stel 913+976 van lijn 16, die met enig feestelijk afscheid werd uitgewuifd.
In die winterdienst 1978/79 werden de wagens langzamerhand door defecten ed. uit de dienst gehaald, tw. resp.: 966, 972, 985, 998, 999, 975(week 20 t/m 23-02), 996(26-02), 977(week 27-02 t/m 02-03), 994(28-03), 970(25-04), 983 & 984(week 02 t/m 04-05) en 964(07-05). De rest(o.a. de bovengenoemden), de 959, 961, 965, 968, 973, 976 en 979, behaalden de eindstreep, waarbij bovengenoemde data de laaste inzet was. In de zomer van 1979 gingen de drieassers weer op stal.

In deze drieasser-loze zomer van 1979 was men bezig met de bouw van nieuwe werkkuilen, waardoor ruimtegebrek in die remise Havenstraat ontstond. In een onbewaakd ogenblik, toen wethouder van der Vlis even met vakantie was, werden op het braakliggende terrein naast de METRO-lijnwerkplaats in Diemen een flink aantal drieassers in het zand geplaatst. Het transport van de 20 motor- en bijwagens vond plaats per trailer.
Aldus gingen op 30-07: (895, 916,) 990, 991, 964(, waarna 905 werd opgeladen, doch deze overnachtte bij Saan in Diemen en werd op 31-07 afgeladen).
Op 31-07 gingen: (905, 921, 941, 904, 934, 935,) 962, 988, 989, 983 (, 894), 951(, 899), 970 (en 925).
De wagens werden direct in het open terrein geplaatst en waren voor iedereen toegankelijk waarvan dan ook direct gebruik werd gemaakt en binnen enkele dagen waren de wagens "slooprijp". Onder politieke druk werd toen eind van die week begonnen met het afdekken van de wagens dmv. zeilen, bewaking en de plaatsing van een hekwerk rond het terrein ingesteld; het kwaad was toen echter al geschied en het idee werd geopperd dat het GVB zichzelf een sloopvergunning had gegeven. Op vragen in de raad sprak de wethouder over "strategische reserve", maar een foto in de krant hielp hem met betrekking tot die strategie gauw uit de droom en in opdracht van B&W moesten ze in oktober naar Amsterdam Noord worden getransporteerd om in een lege loods van het vuilverwerkingsbedrijf ICOVA hun lot af te wachten. Betreffende de transporten van juli kan nog worden opgemerkt, dat toen al niet al te zachtzinnig werd omgesprongen net de tramwagens en bij het afladen schuurden de wagens nogal eens langs elkaar en ook het plaatsen in het zand ging niet al te zachtjes. Reeds in de Havenstraat werd door Saan een greep gedaan naar de voetbellen van de motorwagens en bij het afladen verdwenen uit een aantal motorwagens lijn- en richtingfilms, waarna door een aantal hobbyisten bordjes en zelfs hele banken werden meegenomen. Nadat reeds op 03-08 5 drieassers waren ingepakt volgden op 06-08 wederom 8 exemplaren, waarna de overige 7 op 07-08 van zeildoek werden voorzien. Direct hierna werd begonnen met het aanbrengen van het genoemde hekwerk met prikkeldraad.
In volgorde vertrokken op 08-10-1978 vanuit Diemen per trailer van Saan naar de ICOVA-loods: de (904, 925,) 970(, 899, 935), 951 (en 934). Op 09-10 vertrokken: (894, 941,) 983, (921,) 989, 988, 962, (905,) 990, 964, (916 en 895). De laatste bijwagen, de 991, vertrok die dag uit Diemen, maar overnachtte bij Saan en arriveerde op 10-10. Daar er in de ICOVA-loods plaats was voor 42 wagens volgden vanuit de remises op 10-10 de (907, 943,) 967, (898,) 971, (923,) 977, 975 (en 939) én op 11-10 de 996, (893, 946,), 985, 994, (913,) en 976. Hierdoor beleven in de remises nog slechts 13 dienstvaardige motor- en 12 bijwagens, welke met de winterdienst 1979/80 weer beschikbaar kwamen voor de dienst. Hoewel men niet over genoeg geledes beschikte werden de drieassers slechts sporadisch gebruikt, want bij een tekort liet men liever geen tram rijden dan een drieasser. Later in de winter kwamen ze toch weer op lijn 4, 10(2 stuks) en 25 te rijden. De stellen van lijn 10 gingen begin februari 1980 naar 16 en 24 en eind mei 1980 reden er nog steeds 4 stellen, op lijn 4, 16, 24 en 25 elk één. Van de 12 bijwagens werden alleen nog de 958, 959, 961, 965, 968 en 999 gebruikt, waarbij in die winter in de periode 10-01 t/m 24-02-1980 de stellen werden ingezet op lijn 4, 10, 16, 17!, 24 en 25. Na 24-04-1980 reed er geen drieasser meer.

Op zaterdag 15-09-1979 verliet rond 18 uur de combinatie 919+944+973 de remise Havenstraat zonder bestuurders. De 919 werd hierbij voortgeduwd door het stel 944+973 dat na inschakelen van de stroom bij de slijpkuil op eigen kracht ging rijden en daarbij de 919 voor zich uitduwde. Vanaf de remise reed de combinatie de Havenstraat in en het Haarlemmermeercircuit op, waar het stel juist richting Stadionsstraat wilde rijden toen een ijlings gewaarschuwde agent van de 919 de handrem aantrok en het blokkenpedaal bediende waardoor de stoet tot stilstand kwam. Hierbij drukte de 944 met zijn bumper de achterplaat van de 919 licht naar binnen. Door remisepersoneel werden de wagens teruggebracht naar de remise.

Door de gemeente werd een beslissing genomen over het lot van dit materieel. Er moesten uiteindelijk 8 tramstellen overblijven en de rest moest worden afgevoerd.
Op 14-06-1973 ging het stel 910+973 voor één dag naar de RETM(de Karperweg-tak van de Tramweg-Stichting) voor onderdelen leverancie tbv. het museumstel 933+987.
De drieassers die opgeslagen waren in de ICOVA-loods werden in 3 dagen overgebracht naar sloperij gerritse in Badhoevedorp, dmv. 2 grote kranen en 5 trailers van de firma Winder. Bij aankomst werd hier zelfs etagebouw toegepast, waarbij met name de bijwagens bovenop kwamen te staan. Door het GVB werd bij de sloper in Badhoevedorp uit diverse trams nog nuttige onderdelen verwijderd ten behoeve van de 8 tramstellen die nog in dienst werden gehouden. Het ging hierbij met name om motoren, railreminstallaties en schakelkasten. De transporten vonden plaats op 07, 08 en 10-07-1980. Op 09-07 vonden geen transporten plaats wegens ontruiming van spullen van ICOVA zelf.
Op 07-07 gingen resp.: (943,) 991, 967, (895, 916) en 964, waarna op 08-07 de wagens 988, 990, (905,) 962, (921,) 983, 989, (941, 894, 934, 899,) 970, 951, (935, 925 en 904) gingen. Op 10-07 gingen tenslotte: 976, (913,) 994, 985, (946, 893,) 996, (939,) 975, 977, (923,) 971, (898 en 907). Op 12 en 13-07-1980 waren de (932) en 979 bij de RETM voor onderdelen, waarbij bij de 979 zelfs het gehele dak werd verwijderd.
Naast de 8 bijwagens die bleven, waren er nog 4 af te voeren. In de nacht van 01 op 02-10-1980 werden de 973 en 979(althans wat daar van over was) naar de CW gebracht en op 02-10 van hun trucks gelicht en op 03-10 per trailer van de firma Winder naar de Badhoevedorper sloperij gebracht. Bij controle bleek de 984 in een veel betere conditie te verkeren dan de 966, zodat de 966 op 10-10 door de 891 nummerloos naar de CW werd gebracht. De 984 werd toen vernummerd in 966. De 998 ruilde in de Havenstraat zijn truck met museumwagen 987 van de RETM, waarna de 998 naar de CW ging en de 987 ter opslag naar een garagebedrijf in Egmond-Binnen. Op 14-10 gingen de 966(officieel nu 984) en 998 naar de sloop.

Ten behoeve van de RAI kwamen vanaf 08-12-1980 3 drieassige stellen in dienst als extra lijn 4 en vanaf 05-01-1981 reden ook regelmatig drieassers op spitsdiensten van lijn 16 en 24, terwijl ook de RAI-extra's op lijn 4 in februari en maart reden. Op 14-04-1981 reed voor het laatst een drieasser in de dienst, althans dat dacht men tenminste. In die periode werd veelal gereden op lijn 4, maar ook reed vanuit de Havenstraat bij gebrek aan trams wel eens een stel op lijn 13, 16, 17 en 24. De 922+968 was het laatste stel in de ochtendpsits op lijn 17. Deze winter reden de bijwagens 958, 959, 965, 968, 972 en 999.

Op 17-05-1981 vierde de NVBS, een hobbyistenvereniging, haar 50-jarig jubileum met een tramoptocht door de stad. In deze optocht reed ook het stel 896+961 mee. Hiertoe was de 961 netjes opgeschilderd.

Half juli 1981 werd de 999 in de Havenstraat ontdaan van interieur, deuren en ruiten, waarna in de tweede helft van juli werd gestart met de sloop van de bovenzijde van de 999. Doordat B&W nog geen goedkeuring had gegeven, werd de ombouw gestaakt. Na goedkeuring werd begin oktober 1981 de ombouw voortgezet. Van de wagen werd vanaf de raampartij tot het dak alles gesloopt. De wagen werd verbouwd tot open-bak-wagen oftewel podiumwagen, waarin een orkestje ed. zittend kon spelen, oftewel bijzondere ritten mee gemaakt konden worden. De wagen werd op 07-03-1982 door de H9 naar de CW gebracht, waar definitief nog dezelfde week de raampartij en het dak werden gesloopt en alleen de onderste helft overbleef t/m de rode band die onder de ramen zat. Eind juni was de wagen inmiddels voorzien van achterlichten en de deuropneing achterin werd met beplating dichtgemaakt, zodat enkel nog een middendeur met 2 ééndelige draaideuren aanwezig was. De wagen werd compleet oranje geschilderd en opgenomen in het werkwagenpark als H11.

De winterdienst 1981/82 begon geheel drieasser-loos. Op 20-01-1982 verscheen geheel onverwachts het stel 891+958 op lijn 5! Om 8.00 uur werd dit weer uitgeruild. Dit zou de enige keer zijn dat een drieasser op déze lijn 5(CS-Station Zuid vv.) zou rijden.

Eind maart 1982 werd begonnen met een vast lesprogramma. Vanuit de Havenstraat kwamen de stellen 891+958 en 892+972 in dienst en vanuit de Lekstraat het stel 896+961. Gereden werd volgens een vast patroon. Op maandag reed men les, op dinsdag als lesextra met passagiers, op woensdag weer les en op donderdag als extra, waarna op vrijdag de stellen buiten dienst stonden. Op 29-03-1982 startte de cyclus. Hierbij werden vaste diensten gereden(dins- en donderdagen):
    Lekstraat      : 07.15 uur uit de Lekstraat en dan 1 slag lijn 7, 1 slag lijn 9 en dan naar de Lekstraat voor de lunch, daarna 1 slag lijn 12
                               en daarna naar de remise.
    Havenstraat  : dienst 1 : Havenstraat + 1 slag lijn 13 + 1 slag lijn 17 + Havenstraat + 1 slag lijn 24 + Havenstraat.
                              dienst 2 : Havenstraat + 1 slag lijn 24 + 1 slag lijn 13 + Havenstraat + 1 slag lijn 17 + Havenstraat.
Overigens was de volgorde dat het Lekstraat-stel reed, telkens dan lijn 7, 12 en 9, dan weer 9, 12 en 7 enz. In de week van 05-04 verving de 919+965 het 892-stel. De paasweek 12/15-04 verschoof naar 13/16-04. Nadat het stel 902+959 op 28-04 reeds les had gereden en weer defect geraakte, verving hij op 07-05 het stel 896. Op 13-05 reed de havenstrater door vertraging, door een aanrijding, op lijn 1 en door uitval op lijn 6. Deze lesperiodes duurden tot het einde van de winterdienst en zo reden op 04-06-1982 voor 't laatst de stellen. Alleen op 07-06 werden nog lesritten gereden met 891+958, 896+961 en 942+968.

Ten behoeve van de VETAG-wissels werden de bijwagens voorzien van VETAG-uitmelders onder het achterbalkon, waarbij de 965 als eerste hiermee op 20-08-1982 de CW verliet. Nog voor de winterdienst op 20-09-1982 inging, waren alle bijwagens 958, 959, 961, 965, 966", 968 en 972 voorzien.
Op 15-12-1982 reed de 896+961 als eerste drieasser in dienst en wel als vervanger op lijn 14! Op 27-12 reed dit stel als vervanger van 11 tot 18 uur op lijn 9.

1983 werd definitief het laatste jaar van de drieasser-inzet in het geregelde passagiersvervoer, waarvan een overzicht van de inzet:
    - In januari reden de 896+961 en 919+968 als extra lijn 4 voor de RAI, terwijl 896+961 ook een rit reed op 14 eb op 25-01 een
       complete dagdienst op lijn 9.
    - In februari reed 896+961 op lijn 4(dagdienst), 7, 12 en 14. Verder reed op 21-02 in de middagspits de stellen 891+965, 896+961 en
       919+968 op resp. lijn 2, 2 en 1!
    - In maart reed het stel 896+961 op 01-03 een dagdienst op 25. Hierna reed hij op 4, 14 en 4. Het stel 919+968 reed op 21-03 in de
       ochtendspits(os) op lijn 1 en in de middagspits(ms) op lijn 2, waarbij de beugel van de 919 sneuvelde. Hierna reed hij alsnog in de
       spitsen enige malen op 2 en 13.
    - April was de laatste maand: Op 05-04 reden in de os de 896+961 op 4 en de 891+965 en 919+968 reden op 16, welke laatste 2 na de
       os werden uitgeruild.
       Op 06-04 reed 891+965 in de os op 1 en de 919+968 reed een dagdienst op 6 en werd om 15 uur wegens een defecte handrem
       uitgeruild voor de 891+965.
       Op 08-04 reed 891+965 wederom een dagdienst op 6. Op 19-04 reden in de ms de 919+965 en 891+965 resp. op 6 en 17, waarbij
       de laatste rit als lijn 27! werd gereden. Op 20-04 reden deze stellen in de ms resp. op 2 en 13 en sloten het drieasser-tijdperk af.
       Ze rukten na de avondspits vrijwel gelijktijdig in, zodat beide de eer mogen opeisen de laatsten te zijn geweest.

Op 18-06-1983 reed 896+961 wegens het 70-jarig jubileum op lijn 17 als gewone dienstwagen. Dit was de eerste keer, na 02-05-1970 met 2 stellen op lijn 10, dat weer drieassers als gewone dienstwagen op het weekend in dienst reden. Na de middag werd het stel uitgeruild voor gelede 868.

Sinds juni 1983 verschenen de drieassers alleen nog op straat voor jubileumritten en - diensten, lesritten, gehuurde ritten en als reclamewagens.

In verband met de vernieuwing van de werkkuilen in de remise Lekstraat werden de 959 en 965 op 19-05-1985 tijdelijk opgeslagen in de glasloods van de Museumvereniging RETM. Na enige tijd keerden de wagens weer terug naar het GVB.

Op 23-03-1987 werd de 966"(ex-984) 's middags bij de EMA opgeladen en overgebracht per trailer naar de camping Edersee bij Kassel(Duitsland), waar het als statisch monument ging dienen.

In 1987 was Amsterdam culturele hoofdstad van Europa. Dit had tot gevolg dat allerlei kunstzinnige uitvoeringen werden gehouden, waardonder de onthulling van thematrams, themabussen etc. Ook voor de drieassige bijwagens ging dit niet onopgemerkt voorbij. Bijwagen 959 werd ontdaan van zijn interieur en hierin werd een spit geplaatst, waarop een auto draaide!!!!!! Op zaterdag 11-07-1987 keurde de brandweer in de remise Havenstraat de opstelling, zoals die door de kunstenaarsvereniging Royal de Luxe was geïnstalleerd, en het vuurtje in bijwagen 959 af. Na enige aanpassingen vond op zondag 12-07-1987 alsnog goedkeuring plaats, waarna het stel 892+959 om 17.15 uur de Havenstraat verliet voor een proefrit naar het Bos en Lommerplein en terug. Het stel werd op deze dag dus niet ingezet.
Op maandag 13-07 t/m donderdag 16-07 reed het stel dagelijks een rit vanaf de remise Havenstraat via Amstelveenseweg - Overtoom - Stadhouderskade - Leidsebosje - Americanboog - Marnixstraat - Rozengracht - Raadhuisstraat - Paleisstraat - Dam - Mozes & Aäronstraat en dezelfde route weer terug. In de 892 was geluidsapparatuur opgesteld waarbij de ruiten aan de instapzijde waren verwijderd zodat het gegalm op ruime afstand te horen was. In bijwagen 959 draaide een auto aan het spit en brandde een fiks vuurtje waarbij ook de bijwagen zo nu en dan wat verdere brandschade opliep. Bij aankomst op de Dam sprongen de "artiesten" van Royal de Luxe dan uit de tram en vernielden dan een auto dmv. het in tweeën trekken met behulp van 2 vrachtauto's of het uit de kraan laten vallen van een auto. Direct na dit optreden keerde dan de tramcombinatie terug naar de Havenstraat. Op de laatste dag, 16 juli, kon de 892+959 pas om 17.30 uur de Havenstraat verlaten doordat de overvloedige regenval kortsluiting in de apparatuur had veroorzaakt. Normaal vertrok het tramstel rond 16.00 uur uit de Havenstraat en keerde dan tussen 17.00 en 17.30 uur weer terug. De voorstellingen die de strijd tussen openbaar vervoer en auto moesten voorstellen schenen "kunst" te zijn.

In de week 18/24-07 werd de 959 bij de EMA onttakeld voor onderdelen en gesloopt, m.u.v. de truck.

In de week van 06/13-05-1988 werden de nog aanwezige drieassers(958, 961, 965, 968 en 972) opgenomen in het museumbestand, waarbij de 961 werd vernummerd in 461, om tot een antiek tramstel te komen(tezamen met de 896=496). Toen men tot het besef kwam dat dit historisch totale onzin was, werd hij terugvernummerd.

In de nacht van 20/21-07-1988 werden wegens ruimtegebrek een aantal wagens opgeslagen in de tot opslagremise omgetoverde busgarage Oost aan de Oranje Vrijstaatkade. De bijwagens 958 en 968 gingen hier ook naartoe. Door de 909 resp. 892 werden ze naar de Linneausstraat gereden, waar een trailer de nog niet van een railaansluiting voorziene hulpremise Oost de wagens de Oranje Vrijstaatkade opreed. Na afladen daar werden ze de remise ingereden.

Medio 1988 werden de bijwagens opgenomen in het werkwagenschema en hiertoe voorzien van hele kleine werkwagennummers, naast hun eigen nummers, op het voorbalkon, welke met het blote oog van een afstand niet te lezen waren. De bijwagens 958, 961, 965, 968 en 972 kregen de nummers H66-H70.

In de tweede helft van 1989 werd de 958 ontdaan van zijn rode band om dienst te kunnen gaan doen achter de eveneens zo aan te passen motorwagen 909.

In 1989 werden de bijwagens 958, 961, 965, 968, 972 en de open bakwagen H11(ex-999) beschikbaar gesteld aan het AOM(het Amsterdams Openbaar Vervoer Museum). Per 01-01-1996 werden de wagens officieel afgevoerd naar het TMA(Tram Museum Amsterdam), die de 965 en 972 in beheer kreeg, en de andere 4 wagens gingen naar het AOM over, waarmee de laatste drieassige bijwagens uit het materieelpark van het GVB verdwenen.

In hun gehele loopbaan hebben de drieassige bijwagens op vrijwel alle tramlijnen dienst gedaan. Hieronder volgt een overzicht van hun inzet met de bijbehorende periode en trajecten:
    - Lijn 1 (Dijkgraafplein - Stationsplein vv.):
                    De inzet van drieassige bijwagens op lijn 1 was niet gebrukkelijk. Echter in 1978 en tevens vlak voor het einde van de
                    drieasserinzet in 1983 verscheen er toch sporadisch een tramstel op lijn 1, met gelijk een flinke vertraging ten gevolge.
    - Lijn 2 (Stationsplein - Hoofddorpplein vv.; vanaf 1975: Slotervaart Zuid - Stationsplein vv.):<
                    Tussen 2 september en 3 oktober 1960 reden even drieassige tramstéllen in de aanvullende dienst i.p.v. losse motorwagens.
                    Het duurde tot begin  jaren "80 eer weer af en toe een tramstel op lijn 2 als aanvulling werd ingezet. Lijn 2 werd zelfs de
                    laatste lijn, waar een tramstel in de lijndienst reed.
    - Lijn 3 (Station Muiderpoort - Zoutkeetsgracht vv.; vanaf 1981: Flevopark - Zoutkeetsgracht vv.):
                    Vanaf september 1961 verschenen ze in de weekenden op lijn 3. In juni 1963 veschenen de drieassige tramstellen in de
                    basisdienst. Per 11 april 1964 reden ze enkelt nog aanvullende diensten op lijn 3, waar ze bleven rijden tot februari 1967.
                    In juli 1967 keerden ze weer terug in de aanvullende diensten en reden daar tot 28 mei 1973.
                    In de zomerperioden van 1965(28 mei tot 18 oktober), 1968(27 mei tot 2 september), 1969(5 mei tot 29 september),
                    1970(4 mei tot 5 oktober), 1971(17 mei tot 17 oktober) en 1972(15 mei tot 25 september) reden ze niet. Nadien reden ze tot
                    hun definitieve einde in 1983 nog alleen als aanvulling op overwegend spitsdiensten.
    - Lijn 4 (Westerscheldeplein(later Europaplein) - Stationsplein vv.; vanaf 1981: Station RAI - Stationsplein vv.):
                    Per 02-01-1961 kwamen de drieassers als tramstellen in de aanvullende dienst en reden daar tot 7 oktober 1974, waarbij
                    ook veel stellen extra, zelfs driemanstellen, werden ingezet bij RAI-evenementen. In de zomermaanden van 1968(27 mei tot
                    2 september), 1969(5 mei tot 29 september), 1970(4 mei tot 5 oktober), 1971(17 mei tot 17 oktober), 1972(14 mei tot
                    24 september) en 1973(28 mei tot 1 oktober) reden de stellen in principe niet.
                    Vanaf 1975 tot de buitendienststelling in 1983 reden tramstellen vrijwel uitsluitend in de spitsversterking en tevens als
                    extra's tijdens RAI-evenementen.
    - Lijn 5 (Amstelstation - Stationsplein vv.) - spitslijn van eind 1961 t/m mei 1965; vanaf 1978: Station Zuid - Stationsplein vv.):<
                    Spitslijn 5 kende geen drieassige bijwageninzet. Alleen in de zomerdienst van 1964 werd één dienstwagen door een drieasser-
                    stel gereden i.p.v. een tweeasser-stel. Ook de nieuwe lijn 5 kende geen drieassige bijwageninzet. Toch is het éénmaal
                    voorgekomen, dat een drieasser stel op lijn 5 reed, en wel in de ochtendspits van 20-01-1982.
    - Lijn 6 (Stadionplein - Plantage Parklaan vv.; vanaf 1980: Stadionplein - Station Muiderpoort vv.):
                    De in 1977 ingestelde tramlijn 6 kende in de periode t/m 1979 nog regelmatige inzet van drieassige stellen in de dagdienst en
                    de spitsversterking. Tot het einde van de inzet in 1983 werden ze daarna nog slechts sporadisch op deze lijn ingezet.
    - Lijn 7 (Mercatorplein - Plantage Parklaan vv.; vanaf 1961: Mercatorplein - Amstelstation vv.; vanaf 1977:
                    Mercatorplein - Plantage Parklaan vv.):
                    Per 15 mei 1960 kwamen de tramstellen in de aanvullende dienst terecht, waar ze bleven rijden tot november 1969. Alleen
                    in de zomers van 1967(5 juni tot 10 september), 1968(27 mei tot 31 augustus) en 1969(5 mei tot 28 september) reden ze in
                    principe niet. In februari 1970 kwamen ze weer terug in de aanvullende diensten en reden daar tot 4 mei 1970.
                    Vanaf 17 oktober 1971 kwamen ze wederom terug in de aanvullende dienst en bleven daar nu tot 1 juni 1975 rijden. Alleen in
                    de zomers van 1972(15 mei tot 25 september), 1973(28 mei tot 1 oktober) en 1974(27 mei tot 7 oktober) reden ze in principe
                    niet. Tussen 1976 en 1979 reden ze af en toe nog wat in de versterkingsdiensten, maar tot het einde in 1983 kwam de inzet
                    op lijn 7 slechts af en toe voor.
    - Lijn 9 (Middenweg/Ajax-Stadion - Stationsplein vv.):
                    De inzet van de drieassige tramstellen ging van start op lijn 9 in maart 1949, waarna ze langzamerhand tot in november 1949
                    de volledige basisdienst overnamen. Per 23 augustus 1964 verhuisden ze naar de aanvullende diensten en bleven daar rijden
                    tot 4 mei 1970(m.u.v. de zomers van 1968, 27 mei tot 31 augustus, en 1969, 5 mei tot 29 september). Per 24 september 1972
                    kwamen ze terug in de aanvullende diensten en reden daar tot 25 november 1974, m.u.v. de zomer van 1973(28 mei tot
                    22 oktober). Tussen 1976 en 1979 reden ze af en toe nog wat in de versterkingsdiensten, maar tot het einde in 1983 kwam de
                    inzet op lijn 9 slechts af en toe voor.
    - Lijn 10 (van Hallstraat - Molukkenstraat vv.; vanaf 1981: van Hallstraat - Flevopark vv.):
                    Vanaf september 1961 verschenen ze in de weekenden op lijn 10. Vanaf 7 oktober 1963 kwamen de tramstellen in de
                    aanvullende diensten van lijn 10 terecht. Ze bleven daar rijden tot 4 mei 1970. Op 8 februari 1971 keerden ze weer terug en
                    reden nu tot 1 juni 1975 nog in de dienst. Tussen 1976 en 1979 reden ze af en toe nog wat in de versterkingsdiensten, maar
                    tot het einde in 1983 kwam de inzet op lijn 10 slechts af en toe voor.
    - Lijn 12 (Amstelstation - Frederik Hendrikplantsoen vv.; vanaf 1982: Amstelstation - Sloterdijkstation vv.):
                    Deze in 1977 ingestelde lijn zag in 1978 voor het eerst een drieassig stel verschijnen. Doordat de lijnfilms van lijn 12 met
                    knip-en-plak-werk tussen de bestaande films waren geplaatst, reden de stellen hier zonder lijnkleur, waardoor de inzet op
                    deze lijn een bijzonder tintje gaf. Tot 1979 reed af en toe een stel op deze lijn in de dienst. In de laatste jaren tot in 1983 reed
                    wederom af en toe een stel op lijn 12, waarbij inmiddels ook nieuwe films met dikkere cijfers waren geplaatst in de filmkasten
                    en hierdoor nu ook de lijnkleur weer kon worden getoond.
    - Lijn 13 (Slotermeer - Stationsplein vv.; vanaf 1974: Geuzenveld - Stationsplein vv.):
                    Per 7 februari 1960 gingen de drieassige stellen aanvullende diensten uitvoeren op deze toen nieuwste tramroute. Ze bleven
                    hier rijden tot 4 mei 1970.  Per 18 oktober 1971 keerden ze weer terug en reden ze hier tot 1 juni 1975. Alleen in de
                    zomermaanden van 1968(27 mei tot 2 september), 1969(5 mei tot 29 september), 1972(15 mei tot 25 september),
                    1973(28 mei tot 1 oktober) en 1974(27 mei tot 6 oktober) reden ze in principe niet. Tussen 1976 en 1979 reden ze af en toe
                    nog wat in de versterkingsdiensten, maar tot het einde in 1983 kwam de inzet op lijn 13 slechts af en toe voor.
    - Lijn 13E (Bos en Lommerplein - CS vv.):
                    Op deze per 9 maart 1959 ingestelde spitsversterkingslijn gingen drieassige stellen rijden. Per 7 fabruari 1960 verdwenen ze
                    hier uit de dienst. Tussen februari en 9 september 1962 reden ze hier wederom diensten, om pas per 24 juni 1967 weer terug
                    te keren. Per 10 september 1967 was het wederom voorbij. In december 1967 tot de ophef van de lijn op 5 januari 1968 kon
                    nogmaals de inzet van drieassers worden aanschouwd.
    - Lijn 14 (Sloterdijkstation - Plantage Parklaan vv.):
                    Deze in 1982 ingestelde tramlijn kende zelfs nog af en toe de inzet van drieassige tramstellen. Door personeelsgebrek werd
                    zelfs een enkele keer een losse motorwagen ingezet tot in 1983.
    - Lijn 16 (Haarlemmermeerstation - Stationsplein vv.; vanaf 1971: Stadionplein - Stationsplein vv.):
                    Vanaf september 1961 verschenen ze in de weekenden op lijn 16. Per 7 oktober 1963 verschenen de drieassige stellen in de
                    basisdienst en vanaf 22 mei 1967 verschoven ze naar de aanvullende diensten, waar ze tot 4 mei 1970 zouden blijven rijden.
                    Per 18 oktober 1971 kwamen ze terug in de aanvullende diensten, waar ze tot 1 juni 1975 bleven rijden. Alleen in de
                    zomermaanden van 1968(27 mei tot 31 augustus), 1969(5 mei tot 28 september), 1972(15 mei tot 25 september) en
                    1973(28 mei tot 1 oktober) reden ze in principe niet. Tussen 1976 en 1979 reden ze regelmatig nog in de dag- en 
                    versterkingsdiensten en in de aansluitende periode tot in 1983 waren de stellen af en toe op lijn 16 aan te treffen.
    - Lijn 17 (Dijkgraafplein - Stationsplein vv.; vanaf 1971: Surinameplein - Stationsplein vv.):
                    De inzet op sneltramlijn 17 naar Osdorp kende in theorie geen drieasserinzet, maar een enkele uitzonderlijke keer is het toch
                    wel voorgekomen dat er een tramstel op lijn 17 naar Osdorp reed. Bij de omschakeling van sneltramlijn 17 naar lijn 1 werd
                    lijn 17 weer een gewone tramlijn en keerden de drieassers dus per 17 oktober 1971 terug op deze lijn in de aanvullende
                    diensten en vanaf 15 mei 1972 zelfs in de basisdienst(waarbij ze 's avonds dan vervangen werden door geledes van lijn 1)
                    Vanaf 27 mei 1974 degradeerden ze weer tot de aanvullende diensten en per 1 juni 1975 eindigde de inzet. Tussen 1976 en
                    1979 reden ze af en toe nog wat in de versterkingsdiensten, maar tot het einde in 1983 kwam de inzet op lijn 17 slechts af
                    en toe voor.
    - Lijn 23 (Stadionplein - Frederik Hendrikplantsoen vv.):
                    Deze stadionlijn kende geen inzet van drieassers, maar op de laatste dag van haar bestaan, 4 mei 1958, werden ineens toch
                    meerdere drieassige stellen ingezet, waarmee ze door dit éénmalige optreden toch regulier zijn ingezet op deze lijn.
    - Lijn 24 (Olympiaweg - Stationsplein vv.):
                    Na lijn 9 en 25 kwamen de drieassers vanaf maart 1950 geleidelijk aan tot in juni in de basisdienst terecht. Vanaf 7 oktober
                    1963 gingen ze alleen nog aanvullende diensten rijden. Per 22-08-1964 keerden ze toch weer terug in de basisdienst, waar ze
                    bleven rijden tot 4 juni 1967, om vervolgens weer terug te vallen naar het aanvullende dienstenpakket. Per 4 mei 1970
                    eindigde hun inzet hier, om vanaf 17 oktober 1971 weer terug te keren. Per 1 juni 1975 eindigde de inzet. In de
                    zomermaanden van 1968(27 mei tot 2 september), 1969(5 mei tot 29 september), 1972(15 mei tot 25 september) en
                    1973(28 mei tot 1 oktober) werden ze in principe niet ingezet. Tussen 1976 en 1979 reden ze af en toe nog wat in de
                    versterkingsdiensten, maar tot het einde in 1983 kwam de inzet op lijn 24 toch nog af en toe voor.
    - Lijn 25 (Rivierenlaan(later President Kennedylaan) - Stationsplein vv.:
                    De dienst met de drieassige stellen ging na lijn 9 op lijn 25 van start vanaf oktober 1949, waarbij ze in februari 1950 de gehele
                    basisdienst hadden overgenomen. Tot 7 oktober 1963 bleven ze hier rijden, waarna ze in de aanvullende diensten terecht
                    kwamen. Ook hier was het per 4 mei 1970 over, maar keerden de trams op 18 oktober 1971 weer terug in de aanvullende
                    diensten om daar te blijven tot 1 juni 1975. Alleen in de zomermaanden van 1968(27 mei tot 31 augustus), 1969(5 mei tot
                    29 september), 1972(15 mei tot 25 september) en 1973(28 mei tot 1 oktober) reden ze in principe niet.
                    Tussen 1976 en 1979 reden ze af en toe nog wat in de versterkingsdiensten, maar tot het einde in 1983 kwam de inzet op lijn
                    25 af en toe toch nog voor.
    - Lijn 27 (Surinameplein - Stationsplein vv.):
                    Deze op 10 september 1962 ingestelde spitstramlijn kende aanvankelijk ook de inzet van drieassige tramstellen, maar in
                    oktober 1963 kwam daar een eind aan. Per 5 juni 1967 keerden ze terug, zij het als losse motorwagens.
                    Per 11 september 1967 werd het, hierboven beschreven, bloedneus-tijdperk gestart en gingen hier weer "aangepaste"
                    drieassige tramstellen dienst doen. Tot de ophef van de lijn per 17-10-1971 bleven ze de lijn trouw, alhoewel in de periode
                    juli/augustus 1971, mede door personele oorzaken, de dienst deels met gelede trams werd gereden i.p.v. de drieassige stellen.
    - Wachtwagens:
                    Het fenomeen "wachtwagen" was een reservetram, die op een strategisch punt(de Prins Hendrikkade) stond opgesteld, en
                    bij calamiteiten, uitval of een vertraging kon worden ingezet op elke willekeurige lijn. De drieassers, reden enige tijd als stel,
                    maar ook als losse wagens, deze diensten en waren derhalve voorzien van een vierkant als beugellijncijfer. De inzet van de
                    drieassers(later werden dit uiteraard gelede trams) waren in de jaren "60 hiervoor favoriet, omdat de trams door hun
                    draaibare rolfilms gemakkelijk inzetbaar waren op alle lijnen en toch als tramlijn herkenbaar waren.
Hieruit blijkt dat de drieassige stellen op vrijwel lijnen dienst hebben gedaan. De inzet in de basisdienst betekende overwegend dat het materieel van aanvang dienst tot einde dienst was aan te treffen, terwijl de aanvullende diensten met name spitsversterking betrof en/of enkele dagdiensten. Buiten deze reguliere diensten werd het tweeassig materieel nog regelmatig op de diverse lijnen ingezet als extra's, waarbij dan ook op lijnen werd gereden, waar de inzet (tijdelijk) niet gebruikelijk was.

Het resterende drieassige materieel(grotendeels dus als museummaterieel aanwezig) bestond sinds 1989 uit de volgende wagens:
    - 958 : Deze wagen werd in latere jaren geëxpoliteerd voor de stadse museumexploitatie door de Stichting A.O.M.
    - 961 : Deze wagen werd in latere jaren geëxpoliteerd voor de stadse museumexploitatie door de Stichting A.O.M.
    - 965 : Deze wagen werd in latere jaren geëxpoliteerd voor de stadse museumexploitatie door de Stichting A.O.M.
    - 968 : Deze wagen werd in latere jaren geëxpoliteerd voor de stadse museumexploitatie door de Stichting A.O.M.
    - 972 : Deze wagen werd in latere jaren geëxpoliteerd voor de stadse museumexploitatie door de Stichting A.O.M.
    - 966": Deze wagen staat nog steeds als expositieobject op het Campingterrein aan de Edersee in Duitsland.
    - 987 : Deze wagen bleef in beheer bij de RETM in Amsterdam tbv. de Museumtramlijn naar Amstelveen.
    - 999 : Deze wagen werd in latere jaren geëxpoliteerd voor de stadse museumexploitatie door de Stichting A.O.M.
Van dit materieel werd een deel ingezet voor diverse museumdoeleinden en grote vervoeren, die de AOM ging verzorgen voor het GVB. Tevens werd het materieel een aantal jaren af en toe ingezet als volwaardige dienstwagen bij het GVB op uitvallende diensten, door materieelgebrek, en op diensten die AOM-hobbyisten voor het GVB uitvoerden. De 961, 965, 968 en 972 bleven in de bloedneus-uitvoering rondrijden, terwijl de 958 werd teruggeschilderd in de blauwe kleurstelling zonder rode neus.

De toenmaals heersende tweestrijd in de Amsterdamse museumwereld heeft de trams deels een destructief lot toegebracht, tw.:
    - De Stichting TMA(Tram Museum Amsterdam), onderdeel van de Museumtramlijn Amsterdam, werd verbannen uit de
       EMA/RETM-boedel en nam haar materieel mee. Dit materieel werd opgeslagen op het voormalige NDSM-terrein in Amsterdam
       Noord. Gezien de staat waarin het materieel zich, als gevolg van weersomstandigheden en vandalisme, na enkele jaren verkeerde,
       moest het als afgevoerd worden beschouwd. Tot deze wagens behoorden de drieassers 965 en 972 die resp. op     -    -19     en
           -    -19     naar Noord waren afgereisd. De 972 werd in 20     gesloopt, terwijl de 965 in gebruik kwam als noodwoning voor een
       kunstenaarsgezelschap.
    - Ook de Stichting AOM(Amsterdamsch Openbaar Vervoer Museum), die de loodsen in de voormalige CW Tollensstraat en busgarage
       annex remise Oost van het GVB in gebruik had, werd gesommeerd om deze gebouwen te verlaten. Na vele processen, aangespannen
       door het AOM, werd dit verloren van de gemeente en moest het AOM de loodsen verlaten. Met het zoeken naar oplossingen had
       men, ons inziens, het procesgeld beter hebben kunnen besteden.
       Hierdoor werd het materieel door de gemeente geconfisceerd en opgeslagen in een loods aan de tt Melissaweg in Amsterdam(958 en
       961 per 17-03-2005, 999 per 07-04-2005).
       Een aantal wagens(van de drieassers: 968 per 27-03-2005) werd opgeslagen in de glasloods van de Museumtramlijn Amsterdam.
       Doordat de AOM geen inkomsten meer had, kon zij haar stallingsgeld niet betalen en werd zij op 23-06-2010 failliet verklaard.
       Het materieel werd door een conglomeraat van geldschieters(verenigd in een genootschap "De Amsterdamsche Tram"),
       de RETM-museumtramlijnorganisatie en de Tramweg-Stichting gered van de ondergang bij de publieke veiling, zodat de wagens in
       september 2010 in eigendom van de TS overging. In het voorjaar van 2011 werden de wagens vanuit de diverse locaties verspreid
       over 2 nieuwe locaties. De wagens, die binnenkort weer rijvaardig gemaakt zouden kunnen worden, werden opgeslagen bij de
       EMA-Museumtramlijn aan de Karperweg in de glasloods en de wagens, die pas in een veel later stadium voor restauratie aan bod
       zouden kunnen komen, werden voorlopig opgeslagen in een loods in Wervershoof.

Hierdoor is de huidige situatie van de bovengenoemde wagens als volgt,tw.:
    - 958  : Deze wagen stond sinds 17-03-2005 in de loods in Amsterdam-Noord. Sinds 01-04-2011 staat hij voorlopig opgeslagen aan de
                  Karperweg bij de RETM-Museumtramlijn.
    - 961  : Deze wagen stond sinds 17-03-2005 in de loods in Amsterdam-Noord. Sinds 01-04-2011 staat hij voorlopig opgeslagen aan de
                  Karperweg bij de RETM-Museumtramlijn.
    - 965  : Deze wagen werd via een tijdelijke opslag bij de Basiswerkplaats opgeslagen bij de NDSM en is tegenwoordig een noodwoning.
    - 968  : Deze wagen stond sinds 27-03-2005 in opslag aan de Karperweg. Per 31-03-2011 is de wagen uitgeleend aan het
                  Strassenbahnmuseum in Wehmingen, Duitsland.
    - 972  : Deze wagen werd in Amsterdam Noord bij de TMA gesloopt.
    - 966": Deze wagen staat nog steeds als expositieobject op het Campingterrein aan de Edersee in Duitsland.
    - 987  : Deze wagen bleef in beheer bij de RETM in Amsterdam tbv. de Museumtramlijn naar Bovenkerk.
    - 999  : Deze wagen stond per 1990 in opslag in Oost, sinds 2002 weer terug in de Tollensstraat, per 07-04-2005 in Noord en per
                  09-04-2011 staat hij opgeslagen in Wervershoof.
De 958, 961, 968 en H11 zijn formeel eigendom van de Tramweg-Stichting en de 987 van de RETM (privaat eigendom ingebracht door de eigenaar in de RETM-vloot).

     In Dienst met   Met lijnfilmkastje        witte C4-         Nieuw
Wagennr.  Aflevering  In Dienst Op Lijn E.M.W.-rode band   Op Lijn       in dienst per Op Lijn Standaardcijfers Vernummerd op Wagennummer Laatste inzet Op Lijn    Afvoer op Afvoer naar
    951  16-03-1949  29-03-1949       9     08-05-1968      24  01-11-1971            08-05-1968         ---            ---   16-05-1979       2                               08-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    952  26-03-1949  06-04-1949       9             ---       --         ---       --             ---         ---            ---        -     -1968        29-11, 30-11 & 03-12-1973 "gesloopt in eigen beheer(CW-Tollensstraat)"
    953  09-08-1949       -08-1949                    ---       --         ---       --             ---         ---            ---        -     -1968                           16 en 17-01-1974 "gesloopt in eigen beheer(CW-Tollensstraat)"
    954       -08-1949       -08-1949                 -09-1971                ---       --          -09-1971         ---            ---        -     -197                                        10-07-1978 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    955       -08-1949       -08-1949                    ---       --         ---       --             ---         ---            ---        -     -1970                                      21-02-1975 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    956       -08-1949       -08-1949                    ---       --         ---       --             ---         ---            ---        -     -1969                   09, 10 en 15-01-1974 "gesloopt in eigen beheer(CW-Tollensstraat)"
    957       -     -1949       -09-1949                    ---       --         ---       --             ---         ---            ---        -     -1970                                      04-02-1975 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    958       -     -1949       -09-1949            23-08-1971      27       -09-1968                 -09-1968         ---            ---   02-06-1982     24                                    -05-1988 "gesloopt bij de EMA/RETM-Museumlijn Amsterdam"
    959       -     -1949       -09-1949                 -     -1971              -05-1973                    ---       -     -19                ---   18-05-1982     12                18 t/m 24-07-1987 werd museumwagen H60
    960       -     -1949       -09-1949                    ---       --         ---       --             ---         ---            ---        -     -1968                           12 en 13-11-1973 "gesloopt in eigen beheer(CW-Tollensstraat)"
    961       -     -1949       -10-1949            04-11-1971         13-01-1969            13-01-1969         ---            ---   05-04-1983       4                                    -05-1988 werd museumwagen H67
    962       -     -1949       -10-1949            14-04-1972         14-04-1972                 -03-1968         ---            ---        -     -197                                        08-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    963       -     -1949       -10-1949                    ---       --         ---       --             ---         ---            ---        -     -1970                                      10-02-1975 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    964       -     -1949       -10-1949                 -05-1971      27       -05-1971      27          -03-1968         ---            ---   07-05-1979       4                               07-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    965       -     -1949       -11-1949                 -09-1971      27  01-10-1973                 -09-1971         ---            ---   20-04-1983     13                                    -05-1988 werd museumwagen H68
    966       -     -1949       -11-1949            07-03-1972         07-03-1972                 -04-1968         ---            ---        -     -197                                        14-10-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    967       -     -1949       -11-1949            15-03-1973         15-03-1973            15-03-1973         ---            ---   26-03-1976       7                               07-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    968       -     -1949       -11-1949            05-10-1971      27       -05-1973                 -12-1967         ---            ---   20-04-1983       2                                    -05-1988 werd museumwagen H68
    969       -     -1949       -11-1949                 -07-1971      27         ---       --     15-03-1971         ---            ---        -     -1975                                      01-08-1978 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    970       -     -1949       -11-1949            13-06-1972         13-06-1972                 -11-1967         ---            ---   25-04-1979     16                               08-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    971       -     -1949       -12-1949            25-09-1972      17  25-09-1972      17          -04-1968         ---            ---        -     -1975                                      10-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    972       -     -1949       -12-1949            30-03-1973         30-03-1973                 -11-1968         ---            ---   01-04-1982     24                                    -05-1988 werd museumwagen H70
    973       -     -19           -01-1950            04-01-1972              -05-1973                 -05-1968         ---            ---        -05-1979       4                               03-10-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    974       -     -19           -01-1950                    ---       --         ---       --             ---         ---            ---   29-11-1974     25                               19-07-1978 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    975       -     -19           -01-1950            20-09-1972      17  20-09-1972      17          -02-1968         ---            ---        -02-1979       6                               10-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    976       -     -19           -01-1950            20-09-1972      17  20-09-1972      17     20-09-1972         ---            ---   23-05-1979     16                               10-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    977       -     -19           -01-1950            04-10-1971      27       -05-1973            04-10-1971         ---            ---        -     -1979     24                               10-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    978       -     -19           -01-1950                    ---       --         ---       --             ---         ---            ---        -     -1968                                      13-02-1975 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    979       -     -1950       -02-1950                 -07-1971              -     -1973                 -07-1971         ---            ---   23-05-1979       6                               03-10-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    980       -     -1950       -02-1950                 -07-1971                ---       --          -11-1968         ---            ---        -     -197                                        20-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    981       -     -1950       -02-1950                    ---       --         ---       --             ---         ---            ---        -     -1968                           26 en 27-11-1973 "gesloopt in eigen beheer(CW-Tollensstraat)"
    982       -     -1950       -02-1950                    ---       --         ---       --             ---         ---            ---        -     -1969                        17 t/m 19-12-1973 "gesloopt in eigen beheer(CW-Tollensstraat)"
    983       -     -1950       -02-1950            25-10-1971         18-06-1968      27     18-06-1968         ---            ---        -05-1979       2                               08-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    984       -     -1950       -02-1950            21-12-1972         21-12-1972                 -12-1968       -10-1980          966   03-05-1979       4                               23-03-1987 Camping Herzhausen, Edersee, Duitsland
    985       -     -1950       -03-1950            09-12-1971              -05-1973                 -05-1968         ---            ---        -     -1975                                      10-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    986       -     -1950       -03-1950                 -08-1971      27         ---       --          -08-1971         ---            ---        -     -1975                                      14-08-1978 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    987       -     -1950       -03-1950                    ---       --         ---       --          -12-1968         ---            ---   29-11-1974       4                               11-10-1977 Tramweg Stichting(tbv. museale doeleinden)
    988       -     -1950       -03-1950            08-12-1971              -11-1968                 -11-1968         ---            ---        -     -1975                                      08-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    989       -     -1950       -04-1950            01-08-1972      17  01-08-1972      17          -12-1967         ---            ---        -     -1975                                      08-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    990       -     -1950       -04-1950            11-02-1972         11-02-1972                 -01-1968         ---            ---   10-05-1976     16                               08-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    991       -     -1950       -05-1950            19-11-1971              -05-1973            19-11-1971         ---            ---        -     -1975                                      07-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    992       -     -1950       -05-1950                 -     -1971                ---       --          -08-1967         ---            ---        -     -1975                                      04-08-1978 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    993       -     -1950       -05-1950                    ---       --         ---       --          -01-1968         ---            ---        -     -1975                                      07-07-1978 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    994       -     -1950       -05-1950            20-08-1971      27       -05-1973            20-08-1971         ---            ---  28-03-1979     10                               10-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    995       -     -1950       -05-1950                 -09-1971                ---       --             ---         ---            ---  10-03-1977       7                               20-06-1978 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    996       -     -1950       -06-1950            11-10-1971      27  16-10-1968                 -12-1967         ---            ---  26-02-1979       6                               10-07-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    997       -     -1950       -06-1950                    ---       --         ---       --             ---         ---            ---        -     -1970                       29 t/m 31-10-1973 "gesloopt in eigen beheer(CW-Tollensstraat)"
    998       -     -1950       -06-1950            23-08-1971      27       -05-1973            23-08-1971         ---            ---        -     -197                                        14-10-1980 sloperij Gerritse, Badhoevedorp
    999       -     -1950       -06-1950                 -09-1971         09-02-1968      24     09-02-1968         ---            ---   14-04-1981       4                                    -07-1981 werd open bak-aanhangwagen H11
  1000  15-06-1950  06-07-1950                    ---       --         ---       --          -     -197           ---            ---        -04-1972       4                               10-08-1978 sloperij Gerritse, Badhoevedorp









                 






Traminfo.nl © 2003-2015 | Contact  | Colofon | Disclaimer | Links