GVB 946, Lijn 5, Julianaplein, 1956

Foto: Cor van Mechelen

Home > Tram > Electrische tram > Serie > Serie 7 (931-950)

Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam - Serie 931-950

Serie:
931-950
Type: Aanhangrijtuig
Bouwjaar: 1930
Fabrikant wagenbak: Allan, Rotterdam
Aantal: 20 stuks
Uitvoering: tweerichtingtram
Lengte: 9820 mm (over stootbuffers)
Lengte:
9400 mm (zonder stootbuffers)
Breedte:
2050 mm
Hoogte:
3100 mm
Breedte deuropening:
1320 mm
Instaphoogte:
365 mm
Vloerhoogte Compartimenten:
850 mm
Radstand:
2750 mm
Wieldiameter:
730 mm
Aantal solenoides:
1
Aspotten:
glijlagers
Remtype:
schijfrem
Gewicht:
8.400 kg
Passagiersindeling:
30-10
Nieuwprijs:
fl. 10.960,-

Tussen oktober en december 1930 leverde Allan een twintigtal middeninstapbijwagens. De wagens waren gelijk aan de reeks 881-900, doch 1½ meter langer.
Deze wagens waren bestemd voor het rijden achter de serie 396-445. Deze serie motorrijtuigen bestond uit een totaal aantal van 50 exemplaren, waarvoor 30 gelijksoortige aanhangrijtuigen, de 901-930, waren aangeschaft. Deze 20 bijwagens van de reeks 931-950 waren bestemd om de resterende 20 motorrijutigen van een bijpassende bijwagen te voorzien. De eerste drie wagens werden per trein op 14-10-1930 afgeleverd aan het Willemsparkstation.
Ook deze bijwagens 931-950 waren, evenals de 881-900, voorzien van een zeer laag middenbalkon, een verlengde uitgave van de Leidsestraters, wat weer gebaseerd was op het in Duitsland in 1914 geïntroduceerde Niederflur-type, waarbij een snelle passagierswiseeling mogelijk was bij de haltes door het ontbreken van instaptreden. Van het middenbalkon gaven 2 treden toegang tot de beide wagendelen, die van dwarsbanken en vier opklapbare, aan 2 passagiers plaats biedende langsbankjes waren voorzien. Het ontbreken van interieurdeuren werd opgelost door glazen schotten boven de rugleuningen. Doordat de eindbalkons ontbraken, werd in de wagens het roken toegestaan, hetgeen de wagens bij het mannelijke publiek zeer populair maakte.
Elke afdeling had 16 zit- en 4 staanplaatsen, terwijl het ruime middenbalkon aan 16 staande passagiers plaats bood, aldus een capaciteit van 56 reizigers opleverende. Door het opklappen van vier langsbankjes ontstonden 18 zit- en 28 staanplaatsen in de compartimenten, zodat het totale aantal plaatsen op 56 kwam te staan.
De wagens werden de grote Nougatblokken genoemd, vanwege hun hoekige uiterlijk. De grote middeninstappers kregen ook de bijnaam vogelkooitjes toebedeeld. De conducteurs hadden er bepaald geen grote voorliefde voor, omdat de passagiers zowel vóór als achter op een verhoogd bordes zaten, zodat de conducteurs steeds maar treetje op en treetje af moesten stappen om hun kaartjes te verkopen. Beide serie's middeninstappers staken qua comfort erg gunstig af bij het overige trammaterieel, met name door de reeds gememoreerde rook-mogelijkheid. Het voorste deel was gereserveerd voor de niet-rokers en het achterste deel voor de wel-rokers. Daar de wagens tweerichting waren gebruikte men twee los aan het plafond opgehangen bordjes "ROOKEN" en "NIET ROOKEN", die al naar gelang de rijrichting konden worden omgewisseld. Deze serie was grijs/blauw bij hun aflevering.

Vanaf hun indienststelling waren de bijwagens het vaste materieel van lijn 25, die hierdoor in het stadsbeeld immer een markante verschijning vormde. Vanaf januari 1931 verschenen gedurende korte tijd enige middeninstappers van lijn 25 op lijn 16, waarna ze weer lijn 25 trouw bleven. Als afwijking ten opzichte van de reeks 881-900 had de serie roterende dakventilatoren.

In 1935 werden, om klachten over tocht te verminderen, de ventilatieraampjes boven de zijruiten van roostertjes voorzien.

In de loop der dertiger jaren werd rijtuig 946 van een Peckham-asophanging voorzien.

Wegens elektriciteitsgebrek tijdens de tweede wereldoorlog werd op 09-10-1944 de tramdienst in Amsterdam geheel gestaakt. Om het vervoer in Duitsland bij de trambedrijven aldaar rijdende te houden besloot de Duitse bezettingsmacht dat o.a. Nederland volgens "das Reichsleistungsgesetz" 20% van haar rollend materieel moest afstaan aan die voornoemde in nood verkerende Duitse trambedrijven. Dit hield in, dat van de 20 wagens er 4 moesten worden ingeleverd. Van deze serie werden de 931-934 gevorderd. De wagens werden in 1945 getransporteerd per trein vanaf het terrein aan de Plantage Doklaan (achter Artis) en gingen op weg naar Bremen en Frankfurt am Main. Het merendeel van het gevorderde trammaterieel kwam in zwaar beschadigde Duitse tramremises terecht en enkele zelfs niet verder dan het spooremplacement. Geen van de Amsterdamse gevorderde trams heeft in Duitsland gereden.

Na de oorlog werd de tramdienst in fases hervat en kwamen de grote vogelkooitjes weer in dienst op lijn 25.

Met behulp van de geallieerden werd een speurtocht op touw gezet naar de gevorderde exemplaren om deze te repatrieren. In de periode 13-04 t/m 28-06-1946 kwamen alle wagens retour, waarbij enkele wagens fors tot zwaar beschadigd bleken te zijn als gevolg van de bombardementen op de Duitse steden.
De 931 was in "die Heimat" door een voltreffer getroffen, zodat hiervan alleen de helft terugkwam. De 932-934 werden hersteld en kwamen in 1946 weer in dienst. De 931 werd in 1947 gesloopt.

De komst van de drieassers op lijn 25 in 1949 betekende de verhuizing van de bijwagens naar de rustige lijn 5, waar ze achter de Utrechtenaren hun verdere leven sleten.

Op 17-05-1952 stonden de 933, 936, 941, 942, 945 en 949 inmiddels buiten dienst. De 933 en 936 kwamen in 1952/54 weer terug in dienst.

Gedurende de jaren 1954/56 werden 16 bijwagens tot éénrichtingwagens ingericht, nl. de wagens 932-940, 943 en 945-950.

Ter vervanging van de defect geraakte 934 en 944 kwamen de 945 en 949 in 1955 resp. 1954 weer in dienst. Ook de 936 was weer defect geraakt.

Op 17-06-1955 gingen de 936, 941 en 942 naar de opslagremise Nieuwe Achtergracht.

In maart 1956 werden de 934, 936, 941, 942 en 944 gesloopt op het remiseterrein aan de Nieuwe Achtergracht. Hieronder waren de
3 tweerichting gebleven wagens 941, 942 en 944.

Op 15-04-1957 werden de 931-950 uit de dienst genomen en buiten dienst gesteld.

Op 28-01-1958 werden de resterende 14 bijwagens uit de reeks 931(de 932, 933, 935, 937-940, 943, 945-950) opgeslagen in de remise Nieuwe Achtergracht.

In de week van 16-10-1958 startte de sloop aan de remise Nieuwe Achtergracht van de voornoemde 13-wagens(m.u.v. de 946).
Tot 24-10-1958 verdwenen de 933, 935, 938, 945 en 949. Tot 29-10-1958 verdwenen de 943 en 950 en vanaf 29-10-1958 de resterende 932, 937, 940, 947 en 948.

Begin november 1958 werd de 946 verkocht aan de heer Kühne en aansluitend geplaatst in zijn Nederlands Trammuseum in Weert.

In hun gehele loopbaan hebben de "grote nougatblokken" vrijwel continu op één tramlijn gereden, waarbij er in de loop van hun inzet wel enkele wijzigingen waren:
    - Lijn 5 (Amstelstation - Stationsplein vv.):
                    Vanaf februari 1950 reden de bijwagens in de basisdienst achter de motorwagens reeks 396-445, terwijl in de aanvullende
                    dienst de wagens ook met de reeks 236-300 als trekkracht werden ingezet. In het najaar namen de wagens uit de reeks
                    321-355 de aanvullende diensten van de lage AEG-ers uit de reeks 236-300 over. De buiten dienst stelling in april 1957
                    betekende het einde van de inzet, dus ook op lijn 5.
    - Lijn 16 (Station Willemspark(per 31-10-1938 Haarlemmermeerstation) - Stationsplein vv.):
                    Vanaf november 1930 verscheen dit materieel in de aanvullende dienst, achter de reeks 396-445, op lijn 16. In juli 1931
                    verdwenen ze weer van deze lijn.
    - Lijn 25 (Amstellaan - Stationsplein vv.(1932-1939); Amstelstation - Stationsplein vv.(1939-1944); Rivierenlaan(later
                    President Kennedylaan) - Stationsplein vv.(vanaf 1945)):
                    Vanaf november 1930 verschenen ze in de basisdienst, met motorwagens reeks 396-445 als trekkracht. Ook de reeks
                    236-300 fungeerde als trekkracht, zij het uitsluitend in de aanvullende diensten. Vanaf 1933 vormde de vogelkooitjes
                    uitsluitend met de "blauwe motorwagens als trekkracht de basisdienst op lijn 25. De komst van de drieassers tussen
                    oktober 1949 en februari 1950 deed deze tramstellen van deze lijn verdwijnen, waarna ze doorschoven naar ijn 5.
    - Lijn 25R (Amstellaan - Rembrandtplein vv.:
                    Met de instelling van deze spitslijn kwamen de bijwagens vanaf 20 december 1932 in de dienst met de reeks 236 en 396 als
                    trekkracht. Vanaf 9 februari 1933 gingen hier uitsluitend losse motorwagens rijden, waarmee dus een eind kwam aan de
                    inzet van dit materieel op deze lijn.
Op de overige lijnen vond in de regel geen inzet van de vogelkooitjes plaats, maar in de praktijk kan dit uitzonderlijk wel eens plaatsgevonden hebben.
Tijdens voetbalwedstrijden in het Olympisch Stadion en het Ajax-Stadion werden de bijwagens regelmatig ingezet op extra stadiondiensten en waren vanaf 7 april 1947, toen lijn 6 en 23 weer als stadiontrams terug in de dienst kwamen, aan te treffen op lijn 6(met als trekkracht de blauwe wagens in 1947/1950; met de reeks 236 in 1952/1953) en lijn 9(in 1950 met de reeks 446 als trekkracht).
Verder maakten de wagens 2 korte uitstapjes. In het weekend van 28 en 29 juli 1951 reden de stellen reeks 356+881 en 476+881 op lijn 13 en reed het materieel van lijn 13 op lijn 1 en 2. Verder reden op 22 mei 1952 enkele stellen als extra op lijn 11, die normaal met losse motorwagens werd bediend,, waaronder de stellen 248+882 en 291+890.

        De situatie van de museumtram uit de serie "middeninstappers" vanaf 1968:

Op 25-03-1968 ging de 946 over naar de Tramweg-Stichting en werd die dag ter restauratie geplaatst in de TS-locatie in Rotterdam-Delfshaven. Op 31-05-1974 ging de wagen terug naar Amsterdam, waar de wagen na zijn restauratie-voltooiing ging dienstdoen op de Electrische Museumtramlijn vanaf het Haarlemmermeerstation.
Sinds 1987 was de wagen als museumwagen weer op het stadsnet te vinden en vanaf 1989 in beheer bij de Stichting A.O.M., die de stadse museumexploitatie sindsdien verzorgde.

De toenmaals heersende tweestrijd in de Amsterdamse museumwereld heeft de tram deels een destructief lot toegebracht, tw.:
De Stichting AOM(Amsterdamsch Openbaar Vervoer Museum), die de loodsen in de voormalige CW Tollensstraat en busgarage annex remise Oost van het GVB in gebruik had, werd gesommeerd om deze gebouwen te verlaten. Na vele processen, aangespannen door het AOM, werd dit verloren van de gemeente en moest het AOM de loodsen verlaten. Met het zoeken naar oplossingen had men, ons inziens, het procesgeld beter hebben kunnen besteden. Hierdoor werd het materieel door de gemeente geconfisceerd en grotendeels opgeslagen in een loods aan de tt Melissaweg in Amsterdam. Een aantal wagens, waaronder de museumwagen 946, werd per -03-2005 opgeslagen in de glasloods van de Museumtramlijn Amsterdam. Doordat de AOM geen inkomsten meer had, kon zij haar stallingsgeld niet betalen en werd zij op 23-06-2010 failliet verklaard. Het materieel werd door een conglomeraat van geldschieters(verenigd in een genootschap "De Amsterdamsche Tram"), de RETM-museumtramlijnorganisatie en de Tramweg-Stichting gered van de ondergang bij de publieke veiling, zodat de wagens in september 2010 in eigendom van de TS overging. Op 16-10-2010 maakte de bijwagen na ruim 5 jaar weer een rit, met blauwe wagen 454 als trekkracht, voor het Genootschap en reed een slag naar Amstelveen over de museumtramlijn. De wagen was in de afgelopen 5 jaar van stilstand behoorlijk aangetast en was weliswaar rijvaardig, maar behoefde wel een behoorlijke interne en externe opknapbeurt. In het voorjaar van 2011 werden de voormalige AOM-wagens vanuit de diverse locaties verspreid over 2 nieuwe locaties. De wagens, die binnenkort weer rijvaardig gemaakt zouden kunnen worden, werden voorlopig opgeslagen bij de EMA-Museumtramlijn aan de Karperweg in de glasloods en de wagens, die pas in een veel later stadium voor restauratie aan bod zouden kunnen komen, werden voorlopig opgeslagen in een loods in Wervershoof. Voor de 946 betekende dit dat deze bleef aan de Karperweg en de wagen is nu weer formeel eigendom van de Tramweg-Stichting.

     DOOR DE DUITSE BEZETTINGSMACHT   Uit Duitsland Laatste Inzet
Wagennr.  In Dienst Op Lijn       Gevorderd op   Gevorderd naar  Gerepatrieerd Herindienst op Buiten Dienst     Op Lijn    Afvoer op Afvoer naar
      931      -10-1930     25            -    -1945           Bremen      28-06-1946          --- " 28-06-1946 "              -     -1947 "gesloopt in eigen beheer"
      932      -10-1930     25            -    -1945   Frankfurt am Main      23-04-1946        -    -1946   15-04-1957           5       -     -1958 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      933      -10-1930     25            -    -1945   Frankfurt am Main      22-05-1946        -    -1946   15-04-1957           5       -10-1958 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      934      -10-1930     25            -    -1945   Frankfurt am Main      13-04-1946        -    -1946        -     -1955           5       -03-1956 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      935      -10-1930     25              ---               --            ---          ---   15-04-1957           5       -10-1958 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      936      -11-1930     25              ---               --            ---          ---        -     -1955           5       -03-1956 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      937      -11-1930     25              ---               --            ---          ---   15-04-1957           5       -     -1958 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      938      -11-1930     25              ---               --            ---          ---   15-04-1957           5       -10-1958 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      939      -11-1930     25              ---               --            ---          ---   15-04-1957           5       -10-1958 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      940      -11-1930     25              ---               --            ---          ---   15-04-1957           5       -     -1958 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      941      -11-1930     25              ---               --            ---          ---   17-06-1955           5       -03-1956 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      942      -11-1930     25              ---               --            ---          ---   17-06-1955           5       -03-1956 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      943      -12-1930     25              ---               --            ---          ---   15-04-1957           5       -10-1958 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      944      -12-1930     25              ---               --            ---          ---        -     -1955           5       -03-1956 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      945      -11-1930     25              ---               --            ---          ---   15-04-1957           5       -10-1958 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      946      -11-1930     25              ---               --            ---          ---   15-04-1957           5       -11-1958 Nederlands Tram Museum, Weert
      947      -11-1930     25              ---               --            ---          ---   15-04-1957           5       -     -1958 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      948      -11-1930     25              ---               --            ---          ---   15-04-1957           5       -     -1958 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      949      -11-1930     25              ---               --            ---          ---   15-04-1957           5       -10-1958 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
      950      -12-1930     25              ---               --            ---          ---   15-04-1957           5       -10-1958 "gesloopt op remiseterrein Nieuwe Achtergracht"









                 






Traminfo.nl © 2003-2015 | Contact  | Colofon | Disclaimer | Links