GVB 2000, Dam, 4 juni 1999
Foto: Martijn Roos

Home > Tram > Electrische tram > Serie > Serie 34 (2000)

Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam - Motorrijtuig 2000

Motorrijtuig:
2000
Type: Gelede Lagevloer-motorwagen
Model: Variobahn 6NGT-LDZ
Bouwjaar: 1996
Fabrikant: ADtranz(voorheen ABB Henschel Waggonunion GmbH),
Mannheim, Duitsland
Aantal: 1 stuks
Uitvoering: tweerichtingstram
Truckstellen: 3 truckstellen
Wagenbakken:
5 modulen
Motoren:

8 x 45 KW (Voorste truckstel 4 Stuks & Achterste truckstel 4 Stuks)
Elektrische remmen:
op alle truckstellen telkens 2 stuks
Maximale snelheid:
70 km/uur
Aandeel lagevloer:
100 %
Asvolgorde:
Bo'+2'+Bo'
Breedte:
2300 mm
Lengte:
33780 mm
Hoogte:
3300 mm
Radstand:
1800 mm
Instaphoogte:
320 mm
Vloerhoogte:
350 mm
Gewicht:
35.650 kg
Motorvermogen:
360 kW (8 x 45 kW = 60 pk)
Hart op hart afstand truckstellen :

tussen loopstel en motordraaistel: 12250 mm
Lengte Kopbakken:
6540 mm
Lengte zwevende tussenbakken:
7050 mm
Lengte korte middenbak:
3800 mm
Lengte vouwbalgen:
700 mm
Wieldiameter:
630 mm
Breedte dubbele deuren:
1350 mm
Deurtype:
zwenkdeuren
Passagiersindeling:
38-193



De oorspronkelijke ontwikkeling van de Variobahn werd uitgevoerd door ABB Henschel, welke firma in 1996 opging in het
ADtranz-concern, welke op hun beurt in 2001 weer fuseerde met Bombardier. Stadler Pankow verrichte het moderne montagewerk in haar verstiging in Berlin-Pankow en kreeg de licentie tot de bouw van dit nieuwe trammodel. Het prototype werd gebouwd voor het trambedrijf in Chemnitz in 1993, waarna er later serieleveringen plaatsvonden naar Chemnitz, Mannheim en Ludwigshafen. Het concept Variobahn werd later aan diverse Europese bedrijven en zelfs naar Sydney in Australië geleverd, waarbij de wagenbak qua. uiterlijk niet altijd gelijk waren, maar de bouwstijl wel.

Het concept bestond uit een volledige 100% lagevloertram, welke was uitgevoerd als een gelede motorwagen met zwevend middendeel. De voordelen van deze bouwwijze was, behalve de modulaire opbouw, de lage vloer die een gemakkelijke instap garandeerden voor minder validen en gehandicapten. Door de modulaire opbouw was de Variobahn in verschillende lengtes, breedtes en spoorbreedtes verkrijgbaar, zowel als één- als tweerichtingwagen en met voorzieningen om op spoorlijnen toegelaten te worden zoals in Chemnitz of bij de OEG. De aandrijving was bij enkele modellen uitgevoerd met watergekoelde wielnaafmotoren. In Duisburg werd slechts één prototype geleverd, die slechts kort in de dienst reed en anno 2010 al bijna een decennium in een hoekje van de remise staat weg te kwijnen. Af en toe ging de wagen naar een ander bedrijf(zoals Stockholm) om daar proef te rijden, maar van een gedegen inzet in Duisburg kan niet gesproken worden. De wagen was voorzien van gemotoriseerde naafmotoren(aan elke wielas twee stuks) bij de voorste en achterste truckstellen en een looptruckstel onder de middenbak. De tweerichtingstram had aan beide zijden dezelfde deurindeling, waarbij in de voorbak tussen de kop en het truckstel een deur was geplaatst, alsmede in de beide zwevende tussenbakken 2 deurpartijen, één pal na de geleding en één pal voor de volgende geleding. Alle deuren waren dubbel uitgevoerd. De voorste en achterste truckstellen waren gemotoriseerd en het middelste truckstel was een looptruckstel. De wagen werd in de nacht van
3 op 4 december 1996 afgeleverd aan de Duisburger Verkehrsgesellschaft AG en werd op 20-01-1997 aan pers en publiek getoond tijdens de inwijding van de nieuwe Aakerfährbrücke. De tram is voorzien van LZB-techniek en derhalve voorbereid om zonder bestuurder dienst te doen in de tunneltrajecten, hetgeen al enige jaren gebeurde in de Düsseldorfse tramtunneltrajecten.

Als derde tram kwam in juni 1999 deze Variobahn uit Duisburg op bezoek in Amsterdam. Op 2 juni 1999 kwam de wagen per trailer naar Amsterdam en werd afgeladen in de HWT. Na enkele proefritten op het HWT-terrein en in de nachtelijke uren door de stad, werd de wagen op 04-06-1999 op de Dam voorgesteld aan de pers en een dag later stond de wagen ter bezichtiging aan het publiek wederom op de Dam.

Hierna ging de wagen naar de remise Lekstraat en reed vervolgens proef in de reizigersdienst, waarbij wederom bestuurders en passagiers hun bevindingen konden meedelen over deze tram. Een slipbestuurder reed dan weer de gewone diensttram, waar de proefbestuurder dan vanaf was geplukt.

Op 7 en 8 juni reed de 2000 op lijn 12 en op 10 en 11 juni op lijn 14.

Daarna vond weer de inmiddels traditionele hobbyïstenrit plaats, welke weer op een zondag, 13 juni, werd gehouden, waarbij de 2000 in de ochtenduren een rit door de stad maakte.

Op 14 en 15 juni reed de 2000 op lijn 16 en op 16 en 17 juni was de 2000 onderweg op lijn 24. Op die 17-de juni werd de wagen om
14.30 uur uit de dienst gehaald en overgebracht naar de HWT.

Op 18 juni 1999 werd de wagen opgeladen en ging voor proefritten door naar de RET in Rotterdam, waarvandaan de wagen aansluitend weer naar Duisburg terug ging.


   Aflevering Afleveringsdatum  Wagen uit de Serie gebouwd    In Dienst Laatate Inzet
Wagennr.       bij GVB           bij DVG    DVG-serie            in     bij GVB Op Lijn       bij GVB Op Lijn Afvoer bij GVB Afvoer naar
2000    02-06-1999       04-12-1996       2000         1996 07-06-1999     12 17-06-1999     24 18-06-1999 Doorgestuurd naar de RET, Rotterdam









                 






Traminfo.nl © 2003-2015 | Contact  | Colofon | Disclaimer | Links