GVB 411+901-er, Lijn 16, Remise Havenstraat, 1934
Foto: Gemeentetram Amsterdam

Home > Tram > Electrische tram > Serie > Serie 10 (396-445)

Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam - Serie 396-445

Serie:
396-445
Type: Elektrisch Motorrijtuig
Bouwjaar: 1929-1930
Fabrikant wagenbak: Werkspoor, Amsterdam
Lengte: 10700 mm(zonder koppelingen) (korte balkons)
Lengte:
11000 mm(incl. koppelingen) (korte balkons)
Lengte:
11400 mm(zonder koppelingen) (lange balkons)
Lengte:
12040 mm(incl. koppelingen) (lange balkons)
Lengte koppelingen:
310 mm
Lengte Wagenbak:
6200 mm(zonder balkons)
Lengte Balkons:
2250 mm (korte balkons)
Lengte Balkons:
2600 mm (lange balkons)
Breedte:
2050 mm
Hoogte:
3065 mm
Hoogte wagenvloer wagenbak:
790 mm
Hoogte wagenvloer balkon:
670 mm
Hoogte instaptrede:
365 mm
Radstand:
3200 mm
Gewicht:
13600 kg
Maximum snelheid:
45 km/u(39 km/u met bijwagen)
Wieldiameter:
730 mm
Tandwieloverbrenging 446-460:
12 : 67
Tandwieloverbrenging 461-475:
12 : 72
Breedte vooringang:
917 mm
Breedte achteringang:
1000 mm(korte balkons)
Breedte achteringang:
1250 mm(na ombouw lange balkons)
Elektrische uitrusting 396-410, 436-445:
Siemens Schuckert Werke(SSW), Berlin(Deutschland)
Elektrische uitrusting 411-435: Allgemeine Elektrizitäts Gesellschaft(AEG), Berlin(Deutschland)
Motortype SSW-wagens:D.W.492
Motortype AEG-wagens:U.S.L.253
Motorvermogen SSW-wagens: 2x 46 pk(= 34 kW)
Motorvermogen AEG-wagens:
2x 45½ pk(= 33½ kW)
Nieuwprijs:
fl. 13.127.- (wagenbak)
Nieuwprijs:
fl. 6.700,- (elektrische uitrusting)
Passagiersindeling:
24-32 (na ombouw tot dwarsbanken: 24-38)



Teneinde de groei van het tramnet, dat aan het eind van de twintiger jaren in zuidelijke richting werd uitgebreid, te kunnen opvangen(lijn 24 en 25), werd in 1928 nieuw materieel besteld, teweten 50 motor- en 30 bijbehorende aanhangwagens. Hoewel er op de Europese trammarkt, waar Amsterdam tot dan toe als één der koplopers werd beschouwd, en op dat moment revolutionaire ontwikkelingen aan de gang waren(de RET in Rotterdam besloot tot de aanschaf van vierassige middenbalkonrijtuigen en de juist in dienst gestelde Haagse 800-den bij de HTM vielen op door hun ruime bouw en luxueuze afwerking), viel de keuze van de Gemeentetram Amsterdam op de traditionele tweeasser, met beperkte capaciteit, zonder enig nieuwtje, ja zelfs nog met de traditionele langsbanken.
Zo er van een nieuwtje sprake was, dan betrof dit de kleurstelling: na enige proeven op bestaande wagens besloot men het nieuwe materieel, in plaats van de bekende combinatie bruin-blauw-grijs met gouden biezen, in een soberder combinatie van blauw met grijs(boven de raamstijlen) uit te voeren. Hieraan ontleent dit materieel ook zijn naam "blauwe wagens", een aanduiding die, toen later al het hoofdstedelijke materieel in deze kleuren rondreed, bleef voortbestaan.
De zuinigheid, die het toenmalige trambeleid bepaalde, was oorzaak van de keuze van dit trammaterieel, langer dan enig vorig wagentype(11 meter), met 4 zijramen en vrij ruime balkons met grote ingangen, die door schuifdeuren werden afgesloten, zodat er een gemeenschappelijke in- en uitgang ontstond, in tegenstelling tot de grootbordeswagens. Hierdoor liepen de wageneinden vrij sterk terug en werd een spits uiterlijk verkregen, hetgeen noodzakelijk was in verband met het uitsteken in bogen. De radstand was vrij groot, waarbij de assen in zg. Peckham-beugels waren gevat, om aldus enigszins schuifbaar de bogen makkelijker te kunnen doorlopen.
De bekende draaihandrem bij de motorwagens had i.v.m. de spitse bouw van de balkons plaats gemaakt voor een trekrem. De bijwagens hadden wel de bekende draaihandrem.

Uiterlijk waren de rijtuigen zeker niet lelijk: de combinatie van een tondak, met ventilatieraampjes boven de zijramen, dat uitliep op een soort verlengde lichtkap boven de balkons, met aan iedere zijde twee tochtraampjes gaven het materieel een Duits uiterlijk. Op de beide langsbanken vonden 24 passagiers een zitplaats, terwijl in de wagen 8 staanplaatsen werden toegelaten. Op de balkons waren vóór 11 en achter 13 staanplaatsen, zodat de totale capaciteit 56 plaatsen bedroeg.
Een zelfde aantal vervoerde de bijwagens, reeks 901-930, die met uitzondering van het open onderstel, geheel gelijk van bouw was, waardoor een tramstel van het nieuwe type zonder twijfel de mooiste combinatie vormde, die de stad tot dan toe kende.

De aflevering van de eerste reeks bijwagens, de 901-920, begon op 12 april 1929 en was op 23 juli van dat jaar voltooid. De tweede reeks de 921-930, werd geleverd tussen 29 september en 13 oktober 1930. De motorwagens 396-425 werden in april t/m juli 1929 geleverd, terwijl de 426-445 geleverd werden tussen 04-09 en 18-09-1930. Zij werden in vier groepen van vijf wagens afgeleverd aan de remise Havenstraat, waar zij per schuit werden aangevoerd. De eerste zending betrof 5 AEG-wagens(426-430), die op 04-09-1930 werden gelost, daarna volgden met tussenpozen van ca. 4 dagen 5 SSW-wagens(nrs. 436-440), 5 AEG-wagens(nrs. 431-435) en tenslotte arriveerden op 18-09-1930 vijf AEG-wagens 441-445.

B&W had op 25-11-1928 formeel toestemming verleend aan de Gemeentetram Amsterdam om de eerste serie van 30 motorwagens en 20 bijwagens aan te schaffen, waarna de bouw kon aanvangen. Ter vervanging van diverse oudere motorwagens en bijwagens werd op
8 december 1928 door de tramdirectie bij B & W (Burgemeester en Wethouders) verzocht de lopende bestelling te mogen uitbreiden met 20 motor- en 20 bijwagens van hetzelfde type. Op 30 oktober 1929 werd uiteindelijk door B&W de aanvraag goedgekeurd, waarna op 14 resp. 18 december de motor- en bijwagens werden besteld bij Werkspoor resp. Beijnes.

De eerste tramstellen kwamen in dienst op 31-05-1929 op lijn 16. De indienststelling gebeurde in principe op lijn 16, uiteraard met de bijbehorende bijwagens 901-920. Een vijftal bijwagens ging rijden achter grootbordesmotorwagens en waren tot eind 1931 afwisselend aan te treffen op lijn 10, 4, 25, 4 en 14. De resterende motorwagens gingen vanaf 12-09-1929 rijden op lijn 13S met grootbordes-bijwagens. Tot de vernummering van lijn 13S in lijn 19 bleven deze combinaties hier rijden.

Vanaf 1 juli 1930 werd het nieuwe materieel uitsluitend als "blauwe" wagen-tramcombinaties ingezet op de lijnen 16 en 25. Daarnaast bleven ze dus nog op lijn 13S rijden. De aflevering van de tweede reeks 426-445 zorgde ervoor dat vanaf oktober 1930 er een aantal "blauwe" motorwagens, met grootbordesbijwagens, op lijn 14 verscheen. In januari 1931 kwamen op lijn 14 nu ook complete "blauwe" wagenstellen te rijden, waarbij ook de combinaties met grootbordeswagens bleven bestaan, zowel in de vorm 236/901 als 396/701.

Vanaf december 1931 werden de 3 combinatievormen op lijn 14 (236/901, 396/701 én 396/901) overgeheveld naar lijn 3, waarmee het inzetgebied werd beperkt tot de lijnen 3 en 16. De resterende motorwagens reden nog rond met middeninstap-bijwagens reeks 931-950 op lijn 25. De combinaties met grootbordessers kwam in september 1932 ten einde. Vanaf november 1933 t/m april 1934 zou toch weer de dienst met grootbordesbijwagens terugkeren op lijn 3. Over de gehele inzet op het Amsterdamse tramnet is bij de buitendienststelling in 1968 een lijstje vernoemd.

De wagens hadden nogal last van kinderziektes. Zo was er het probleem, dat de wagens behoorlijk stootten bij volle bezetting en dat de wagens nogal slingerden. Hierdoor werd op 21 januari 1930 met rijtuig 273, een juist gereviseerd Werkspoor-product uit de serie grootbordeswagens, een proefrit gereden, waarbij deze wagen beduidend minder slingerde dan de 417. Er was gekozen voor deze 273, omdat die na zijn revisie ongeveer hetzelfde aantal kilometers had gereden als de nieuwe 417. De ritten werden gemaakt vanaf de remise Havenstraat via de De Lairessestraat naar het Concertgebouw en terug. In het eerste jaar braken er al 4 aspotten bij de nieuwe wagens. De fabrikant heeft de problemen aansluitend weten op te lossen.

In 1931 bleken de motorwagens een fluitend geluid te veroorzaken. Sedert 24-04-1931 was bij wijze van proef in de wielstellen van motorwagen 402 een loodvulling aangebracht teneinde het fluitend geluid bij dit type wagens te voorkomen. De proefritten op 24 april waren gunstig, waarna de 402 op lijn 16 werd in dienst gesteld. De kosten bedroegen ca. fl. 3,50 per bandage, hetgeen dus fl. 14,- per wagen bedroeg, waarbij in elk wiel ca. 2,5 kg. lood werd gestopt.

Vervolgens braken bij liefst 8 wagens tussen 20 juni en december 1931 de aspotpeckhambeugels, waaronder bij de nog geen jaar rijdende 428. Ook hier heeft de fabrikant voor een passende oplossing gezorgd. Voorlopig bleven de problemen nog doorgaan. In 1932 werd de fabrikant bericht over het feit dat er diverse tandwielen al waren gebroken en bleken de wielbanden, die 75000 km mee moesten gaan, al bij diverse wagens ruim van tevoren versleten te zijn. De tandwielen en de wielbanden werden door de fabriek vervangen.

In de praktijk bleken de Siemens-wagens beter te trekken dan de AEG-ers, deze laatste brachten overigens een hoog zoemend geluid voort, terwijl de SSW-ers het meer bekende lage bromgeluid ten gehore brachten.

Nadat de kritiek op het weinige comfort van het Amsterdamse trammaterieel, vergeleken met andere trambedrijven, door de directie niet langer kon worden genegeerd, werd besloten de langsbanken in de nieuwe trams te vervangen door ruggelings geplaatste houten vaste dwarsbanken, die vervaardigd werden van de bestaande langsbanken. Slechts 4 korte driepersoons langsbankjes aan de uiteinden bleven gehandhaafd. In 1934 werd de gehele serie behandeld. Tevens werden om klachten over tocht te verminderen, de ventilatieraampjes boven de zijruiten van ventilatieroostertjes voorzien. Het aantal plaatsen bleef gelijk.

In 1936/37 werden 4 wagens uit de reeks 420-429, waaronder de 420, voorzien van Deense NEA-schakelkasten. Bij de verlenging van de wagenbak verloren zij ze weer. In 1942 werden deze kasten overgeplaatst in de wagens 432-435. Deze schakelaars, voorzien van 21 of 22 rij- en 15 remstellingen, waren bedoeld om soepeler te kunnen rijden en remmen, maar zij waren erg stug en werden nooit populair bij het rijdend personeel.

Teneinde de doorstroming te bevorderen werden in 1938 de 2 tweepersoonsbanken doormidden gezaagd tot éénpersoonsbankjes. Hierdoor bleven er nu 2 tweepersoonsbankjes, ruggelings tegen elkaar in het midden van de wagen over, waardoor het aantal zitplaatsen tot 22 zakte en het aantal staanplaatsen binnenin tot 16 steeg. Tezamen met de staanplaatsen op het balkon(11 op het voorbalkon en 13 op het achterbalkon) werd de totale capaciteit nu 62 passagiers(22-40).

Na het succes van de tot motorwagens, reeks 446-475, omgebouwde bijwagens serie 901-930, waarbij de balkons verlengd waren, werd besloten ook deze serie overeenkomstig aan te passen. Nog net voor de tweede wereldoorlog werd begonnen met de ombouw, maar door de oorlogsomstandigheden en de gevolgen daarvan, werden voor 1945 slechts 45 van de 50 wagens behandeld. Hierbij werd het balkon verlengd, waarbij de grote deuren achterin plaats maakten voor een gescheiden in- en uitstapdeur. De voordeur bleef groot uitgevoerd. Verder kregen ze alle een SSW-snelschakelkast(bouwjaar 1935) met 22 rij- en 15 remstellingen. Het bijzondere aan deze ombouw was het feit, dat B&W officieel op 16 juni 1939 toestemming gaf voor de verbouwing. Op dat moment waren in mei 1939 de 412, 420, 422 en 425 al behandeld en in juni de 431 en 434. Het zou uiteindelijk tot 1957 duren eer alle 50 wagens verbouwd waren. In 1939 werden behandeld de wagens 410-412, 417, 418, 420, 422, 424, 425, 427, 430, 431, 434, en 438. In 1940 gevolgd door de 396, 397, 399, 400, 407, 413, 416, 419, 423, 433, 436, 437 en 442. In 1941 was het de beurt aan de 402, 403, 408, 409, 415, 426, 428, 432, 435, 439, 441, 443 en 444. Tenslotte werden de 398 en 406 in 1943 behandeld en in 1944 nog de 404, 421 en 440. De wagens 401, 405, 414, 429 en 445 zouden pas ver na de oorlog worden verbouwd. De SSW-snelschakelaars van de 432-435 werden dus in 1942 door de eerder genoemde NEA-kasten weer vervangen.

In 1943 werden door houtgebrek langzamerhand alle zijbaanschuivers verwijderd, welke na de oorlog niet meer terugkeerden.

Wegens elektriciteitsgebrek tijdens de tweede wereldoorlog werd op 09-10-1944 de tramdienst in Amsterdam geheel gestaakt. Om het vervoer in Duitsland bij de trambedrijven aldaar rijdende te houden besloot de Duitse bezettingsmacht dat o.a. Nederland volgens "das Reichsleistungsgesetz" 20% van haar rollend materieel moest afstaan aan die voornoemde in nood verkerende Duitse trambedrijven. Dit hield in, dat van de 80 wagens(reeks 396-475) er 16 moesten worden ingeleverd. In totaal werden er 19 gevorderd(enkele ter compensatie voor wagens die men wilde sparen of anderszins). De wagens 398, 399, 401, 412, 414-416, 418, 427, 436 en 440 werden getransporteerd per trein vanaf het terrein aan de Plantage Doklaan(achter Artis) en gingen op weg naar Bremen en Wesermünde(sinds 1947: Bremerhaven). Het opladen t.b.v. de transporten ging van start op 9 december 1944. Het GVB stuurde in eerste instantie de slechtste wagens en de goede motorwagens werden pas op het laatst gestuurd. Hoogstwaarschijnlijk hoopte men op een wonder, nl. dat het Duitse Rijk spoedig ineen zou storten, zodat bij een stopzetting van de transporten in ieder geval de beste wagens nog aanwezig zouden zijn. Helaas viel het Duitse Rijk pas in mei 1945. Na 18 januari 1945 zorgde hevige sneeuwval voor vertraging in de transporten. Pas op 30 januari konden weer tramwagens naar de Plantage Doklaan worden vervoerd. Tot en met 13 februari werden de laatste 25 wagens, alle motorwagens, waaronder ook alle blauwe wagens naar de Plantage Doklaan gebracht. Op 16, 17, 20 en 21-02-1945 werden de 11 motorwagens uit deze serie opgeladen en afgevoerd naar het oosten. Geen van de Amsterdamse gevorderde trams heeft in Duitsland tijdens de oorlog gereden. Het merendeel kwam in zwaar beschadigde Duitse tramremises terecht en enkelen niet verder dan het spoorwegemplacement. Na de oorlog hebben wel een aantal wagens in de dienst gereden. Zo is bekend, dat de 19 naar Wesermünde verzonden Amsterdamse tramwagens daar allemaal dienst hebben gedaan. Blijkens waarnemingen heeft de 399 op 22-05-1946 nog in de dienst gereden.

Na de oorlog werd de tramdienst in fases hervat en met behulp van de geallieerden werd een speurtocht op touw gezet om de gevorderde exemplaren terug te halen. In de periode 30-05 t/m 02-06-1946 kwamen alle wagens terug, waarbij met name de 401 en 414 zwaar beschadigd bleken te zijn geraakt bij de oorlogshandelingen in Duitsland. Alle wagens werden hersteld en kwamen in 1946 weer in dienst. De 401 en 414 werden bij hun herstel tevens verbouwd en kregen alsnog hun verlengde balkons met gescheiden in- en uitstapdeuren achter en de voornoemde SSW-snelschakelaars en kwamen pas in 1948 weer in dienst.

In de herfst van 1945 verloor de 443 tijdelijk zijn truck en deze truck werd geplaatst onder een nieuwgebouwd proefmodel voor de Leidsestraat. Na een proefrit op 02-10-1945 ging de nieuweling(zie ook serieblad 114) weer buiten dienst en kreeg de 443 aansluitend zijn truck weer terug.

In de eerste jaren na de oorlog werden door glasgebrek nog bij vele wagens de ruiten vervangen door bordpapieren(deels gedeeltelijk) ramen. Men was door enige aldus uitgeruste bijwagens, die zo vanuit de Heimat waren teruggekeerd, op dit idee gebracht. Bij voorkeur werden de beide middenruiten dichtgespijkerd, met een minuscuul kijkgaatje; de overige ramen dienden vrij te blijven om de conducteur uitzicht te geven op het in- en uitstappen. Zo uitgerust reden de 412, 415, 425, 436 en 440. In verband met de overbelasting waren alle motorwagens van hun zwakveldrijstanden in de schakelkasten ontdaan, zodat hun snelheid aanzienlijk verminderde, maar de slijtage dienovereenkomstig eveneens afnam. Door de passagierstoeloop waren de passagiersaantallen, officieel maximaal 62, vaak zo'n 80 per wagen. Medio 1949 werd dit teruggedraaid.

In 1948 werden de andere 2 tweepersoonsbanken doormidden gezaagd, waarmee de indeling op 20-42 kwam. Als eerste kwam de 415 op 04-01-1948 gereed.

Na de oorlog bleven de wagens in eerste instantie de lijnen 16, 24 en 25 trouw, maar al snel breidde de inzet zich uit over het restant van het net. Voor een uitgebreid overzicht verwijzen wij naar de opgave onderaan in de tekst, na de afvoer in 1968.

Op 26-07-1950 kwam motorrijtuig 400 als eerste wagen in dienst als eenrichtingmotorwagen. De rest van de serie werd aansluitend behandeld tot in 1954. Hierbij werden van het achterbalkon de schakelkast en handrem verwijderd. Verder verwijderd werden de achterzandbakken en achterzandstrooiers, de contactdozen voorop en reflectoren op het spatscherm voorop, de treeplanken en handgrepen, alsmede de koersborden aan de linker zijde, nu blinde zijde genoemd. De deuren konden bij warmte wel open door de gehandhaafde hekjes. Later werden alle wagens gelijk gemaakt, maar in eerste instantie waren er nogal wat uitzonderingen. Zo reden er wagens met achterop een ontbrekende schakelkast, maar mét de achterkoplamp óf was de schakelkast nog aanwezig, maar het achterkoersbord weg óf waren de treeplanken nog aanwezig.

In 1951 resp. 1950 werd, teneinde de rolweerstand te verminderen, de 437 uitgerust met Timken rollagers en de 445 met SFK kogelrollagers. Hierbij behielden zij hun Peckhamophanging. De rollagers vervingen de glijlagers, waardoor de rijtuigen sneller en rustiger reden.

Op 26-06-1952 botste in de Ruyschstraat bij de Camperstraat de 422 van lijn 3 met een voormalig militair voertuig van VAMI, waarbij de 422 flinke schade opliep. Herstel vond plaats, waarna de tram terugkeerde in de dienst.

In navolging van de verbouwde 457 werd in 1952 de 411 voorzien van een gesepareerde bestuurderscabine, waarbij de linker voordeur werd dichtgemaakt. Hierbij kreeg de wagen tevens railremmen van Franse makelij(Freins Jourdain Monneret Paris) ingebouwd. De wagen kwam als zodanig in dienst op 16 april 1952 op lijn 11. De 440 werd analoog aan deze 411 verbouwd, doch kreeg Duitse railremmen en was als railrem-motorwagen geschikt om een railremloze bijwagen te trekken en kwam op 22-11-1952 in dienst op lijn 3(met aanhangrijtuig 864).

In 1953 werd de 418 analoog aan de 457 verbouwd. Hij werd hierbij eenrichting, kreeg een schuine voorruit, verhoogde balkonvloeren, de binnendeuren werden verwijderd, hij kreeg elektrisch bediende vierdelige vouwdeuren per deuringang, een gesepareerde vaste bestuurderscabine, een vaste conducteurszetel zoals in de drieassers van toepassing was, met de voet bedienbare railremmen, de linker voordeur werd dichtgemaakt en de treeplanken, handgrepen en koersborden aan de blinde zijde verdwenen. Verder verdween de schakelkast en handrem van het achterbalkon, de achterzandbakken en zandstrooiers, de contactdozen voorop en reflectoren op het spatscherm voorop, alsmede de koplamp achterop. Na de ombouw kwam hij met aanhangrijtuig 760, die ook een verbouwing had ondergaan, op 02-11-1953 in dienst op lijn 9. Hierna ging de 421, die reeds eenrichting was, in ombouw en werd gelijk aan de 418 en 457. Op 31 maart 1954 kwam deze wagen in dienst op lijn 9, waarna het stel 406+758 in ombouw ging. In 1952 werd het plan opgevat om 80 motor- en 80 bijwagens grondig te moderniseren naar het voorbeeld van de drieassige tramstellen. Zo moest er o.a. elektrisch bediende vouwdeuren worden aangebracht, de bijwagen-trekfluit kwam geheel te vervallen en werd vervangen door een optische signaalinrichting met rode en groene lampjes. In 1954 haalde men een streep door de plannen en werden de werkzaamheden aan het stel 406+758, dat inmiddels eenrichting was, gestaakt en werd het stel terzijde gesteld in de remise Nieuwe Achtergracht.

Vanaf juni 1954 werd bij revisies het losse gangwiel en -kruk voor de schakelkast vervangen door een vast wiel met knop.

Onder de nieuwe directie werd besloten de niet verbouwde motorwagens ook van railremmen te voorzien, die op eenvoudige wijze, door een stangenstelsel, ook door de staande bestuurder konden worden bediend, waarbij de rijkruk, die staande werd gebruikt en het wiel, dat door de zittende bestuurder werd gebruikt, werd vervangen door een groter wiel met rijkruk erop, zoals in Rotterdam sinds 1929 werd toegepast. In de jaren 1953/55 werden de trucks aangepast, waarna aansluitend de railremmen werden ingebouwd vanaf eind 1955. De wagens 406, 411, 418, 421 en 440 kregen de railremmen ingebouwd bij hun verbouwing.
Behandeld werden resp.:
    in 1955: in december: 437, 439, 442 en 443;
    in 1956: in januari: 436, 438, 441; in februari: 396(21 februari), 399, 444(11 februari); in maart: 397, 398, 400, 401, 404; in april: 403, 407, 408, 410;
                   in mei: 402, 412, 413(3mei), 414, 415; in december: 405, 409, 445;
    in 1957: in februari: 419, 426; in maart: 417, 427, 428, 430; in april: 416, 422, 429, 431; in mei: 424, 433-435; in juni: 423, 425, 432 en in augustus: 420.

Op 08-07-1954 had de 413 van lijn 17 op de Hoofdweg een zware aanrijding met een meelauto, waarbij de 413 forse kopschade opliep. Na herstel kwam hij weer in dienst.

In 1954 ruilde de 441 zijn railremmen van fabrikant Jourdain-Monneret om voor railremmen van fabrikant Hanning & Kahl.

In 1954 kregen de 429 en 436, beide voorzien van verschillende installaties, als proef een Kiepe schakelkast.

Op 09-03-1955 vond een aanrijding plaats tussen motorrijtuig 428 van lijn 17 en autobus 199 van lijn 14, waarbij beide zware schade opliepen. Na herstel kwamen de voertuigen weer terug in de dienst.

Op 10-03-1955 vond er een enorme dreun plaats in de Bilderdijkstraat bij de Jacob van Lennepstraat, waarbij een tramstel van lijn 3, aangevoerd door de 441, een kolenauto in de flank raakte. De achterop de laadbak meerijdende kolenboeren werden door de schok op straat geslingerd en dienden in het ziekenhuis te worden opgenomen. De kolen lagen her en der verspreid. Daartussenin stond de 441, waarvan het voorbalkon zwaar werd beschadigd. Ook de 441 werd weer hersteld.

Op 19-08-1955 vond op het Westeinde een kettingbotsing plaats, waarbij een tramstel van lijn 4, aangevoerd door de 425, achterop een vrachtwagencombinatie botste, die op zijn beurt weer doorschoof op een personenauto, welke weer in een daarvoor staande bestelvrachtauto werd gedrukt, waardoor het geheel als een grote ravage om elkaar heen stond. De 425 werd hierbij flink beschadigd. Herstel vond plaats in de CW.

Tussen 1955 en 1958 werden de wagens voorzien van rubbergeveerde wielen, merk Bochumer Verein, waardoor de vering, en speciaal de ophanging van de motoren, sterk verbeterde. In volgorde werden voorzien: in 1955: in juni: 399, 434; in december: 412, 418, 425, 440; in 1956: in januari: 416, 435, 439; in februari: 401, 402; in maart: 437; in april: 403, 407; in mei: 444; in juni: 413; in juli: 414, 426; in augustus: 400; in september: 411; in oktober: 419, 422; in november: 423, 432; in december: 436; in 1957: in januari: 409, 421, 430; in maart: 427, 428, 443; in april: 408, 429, 442; in mei: 397; in juni: 398, 415, 441; in juli: 424; in augustus: 420; in oktober: 404, 410;
in november: 417; in 1958: in januari: 431; in februari: 396, 438; in maart: 406; in december: 445. Verder werd de 433 ergens in de jaren 1955/58 behandeld. Tot slot volgde in april 1959 als laatste motorrijtuig 405.

Op 14-10-1955 werden bij een onderlinge aanrijding op lijn 16, tussen stel 400+720 en de 408+809, aanhangrijtuig 720 en motorrijtuig 408 fors beschadigd. Beiden werden hersteld.

Op 01-11-1955 liep de 435 van lijn 3 forse aanrijdingschade op. De wagen werd hersteld.

Op 02-11-1955 werd de 405 door de CW afgeleverd. Deze wagen, die nog korte balkons bezat, werd nu alsnog van verlengde balkons voorzien met de bijbehorende aanpassingen. Behalve de daklijst waren de balkons af en de 405 ging voor afwerking naar de remise Lekstraat, waarna hij weer voor de dienst beschikbaar kwam.

Op 03-11-1955 vond op de Ceintuurbaan een onderlinge aanrijding plaats tussen de stellen 437+783 en 438+807 van lijn 3. De 437 en 807 werden hierbij flink beschadigd. Beide werden hersteld.

Op 11-11-1955 liep de 444 van lijn 3 zware schade op bij een aanrijding met een groentenwagen op de kruising Marnixplein-Zaagpoortbrug/Nassaukade. Na herstel kwam hij weer in dienst.

Op 13-11-1955 vond op de kruising van Baerlesstraat/J.W.Brouwersplein-Museumplein, bij het Concertgebouw, een zeer zware aanrijding plaats. Tramstel 456+795 van lijn 3 greep het stel 409+813 van lijn 16 in de flank. Hierbij werden alle 4 de wagens zwaar beschadigd. De 409 werd hierbij zelfs zeer zwaar beschadigd en kwam geheel krom te staan en werd buiten dienst gesteld.

In 1956 werden de 429 en 445, de 2 laatste motorwagens die nog zonder verlengde balkons aanwezig waren, al langere tijd vrijwel niet gebruikt. Medio 1956 kwamen ze echter toch een enkele keer op lijn 16 in de dienst.

Op 06-07-1956 werd de 445 bij een aanrijding op lijn 16 flink beschadigd en ging buiten dienst. Bij herstel werd tevens zijn balkon verlengd met de bijbehorende aanpassingen.

In de tweede helft van 1956 werd gestart met de opbouw van omvormers op het dak van de motorwagens. In verband met de wetswijziging in 1956 moesten richtingaanwijzers, die op zwakstroom werkten en vandaar dus die omvormer, worden aangebracht. Hiertoe moest een zwakstroominstallatie worden gemaakt, bestaande uit een stel accu's, onder de achterste langsbankjes geplaatst, die via een op het dak, achter de beugel geplaatste, omvormer op peil werd gehouden. Doordat men nu over zwakstroom beschikte, werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om de wagens tevens van elektrische ruitenwissers te voorzien, hetgeen de taak van de wagenbestuurder bij slecht weer zeer vereenvoudigde. Als eerste werden de 402, 408, 415 en 419 behandeld. Medio 1957 was de gehele serie aangepast.

Op 22-08-1956 had het stel 412+825 van lijn 4 in de van Woustraat op de hoek van de Tweede Jan Steenstraat een forse klap met een melkauto. Een witte brij van melk en vla, vermengd met de restanten van wat melkkratten en onderdelen van het voorbalkon van de 412 kon men op straat na de klap aantreffen.
"De melk zat tot op één hoog!" Van de 412 werd het gehele voorbalkon verwoest en compleet in- danwel opzij gedrukt. Door de klap was de 412, zoals bij een tweeasser-klap al gauw het geval was, ontspoord. De 412 werd hersteld.

Op 11-10-1956 werd de 409, die op 13-11-1955 beschadigd was geraakt en sindsdien buiten dienst stond, per vrachtauto naar de firma Werkspoor overgebracht voor herstel. Op     -01-1957 kwam hij weer terug in dienst.

Op     -02-1957 kwam de 445 na herstel van zijn schade met railremmen en een verlengd balkon weer in dienst.

Op     -04-1957 volgde de 429 als laatste kortere "blauwe" wagen de 445 op en kwam overeenkomstig in dienst met railremmen en verlengde balkons.

In 1957 kregen de 416, 417, 419, 420, 422-428 en 430-435 een Kiepe schakelkast, zoals in de proefwagens 429 en 436 van toepassing was. De 436 verloor hem hierbij weer en kreeg zijn oude Siemens-snelschakelaar terug.

Eind 1957 werd het stel 406+758, dat al 3½ jaar buiten dienst stond, verder in ombouw genomen en alsnog gemoderniseerd á la de 418, 421 en 457. Na ombouw kwam hij met railremmen en rubbergeveerde wielen op 23-03-1958 alsnog in dienst op lijn 4.

Op 23-01-1958 werd de 440 van lijn 4 bij een aanrijding zwaar beschadigd. Na herstel kwam hij weer terug in dienst.

Op 01-03-1958 ramde de 444 van lijn 3 een vrachtauto van achteren in de Frederik Hendrikstraat, nabij de
Eerste Hugo de Grootstraat. Hierbij werd het voorbalkon van de 444 zwaar beschadigd. De wagen werd hersteld.

Op 13-05-1958 werd de 412 na revisie afgeleverd met een gewijzigd interieur. Dit werd namelijk in een ander kleurpatroon geschilderd. Alles wat tot nog toe bruin was(de balkondeuren, de panelen onder de ramen, de schakelkast) werd grijs geschilderd. Alleen het echte hout kreeg nog de oude lakkleur. Aansluitend werden in 1958 diverse motorwagens overeenkomstig omgeschilderd, tw.: in mei: 402, 413; in augustus: 403, 423; in september: 419; in oktober: 436; in november: 408, 411; in december: 409, 443.

In 1957 werd gestart met de vervanging van de sleepstukken door koolstofsleepstukken. Tot mei 1958 waren hiervan voorzien: 396-401, 403-405, 407-410, 412, 414-417, 420, 423-432 en 434. In juni volgden: 406, 413, 418, 421, 433 en 436. In juli: 402, 411, 419, 422, 435, 437-440 en 442-445 en tenslotte in september de 441.

Eind 1958 werd wagen 408, die in grote revisie was, als eerste wagen voorzien van verticale stangen in de wagen bij de banken ten behoeve van de staande passagiers. Vanaf 01-12-1958 werden ook bij kleine revisies, met wagen 441 als eerste behandelde wagen, deze stangen ingebouwd. Vanaf dat moment werd langzamerhand het gehele wagenpark behandeld.

In januari 1959 kreeg de 416 een vetvanger op het dak van achteren. Door de vervanging van de jarenlang gebruikte aluminium sleepstukken, ter vermindering van de bovenleidingslijtage, gebeurde het dat met regenachtig weer het bruin geworden water op het dak van de aanhanger spatte en vandaar op de ruiten. De proef met de vetganger mislukte en deze werd in oktober 1959 weer bij die 416 verwijderd.

In maart 1959 kwam de 418 na een revisie in dienst. Hierbij werd de noodverlichting verbeterd, het dashboard werd gewijzigd en de deurbedieningshendels werden vervangen door drukknoppen. Tevens werd de deurbediening van 550 Volt omgezet in een 24 Volts-bediening.

Op 28-11-1959 liepen bij een onderlinge aanrijding de 419 van lijn 4 en de drieassige bijwagen 958 van lijn 9 flinke schade op. Herstel vond plaats bij beide rijtuigen.

In 1959 werd de omschildering van het interieur voortgezet. In het eerste halfjaar werden behandeld: 414, 442, 438, 405, 418, 445, 400, 420, 432 en in juli t/m september: 429, 441. In 1960 volgden nog in het kwartaal juli t/m september: de 415 en in oktober t/m december de 397, waarna dit werd gestaakt.

Op 21-01-1960 riepen twee Italianen waarschijnlijk alle heiligen aan, toen op de kruising Wibautstraat/Ruyschstraat, de 439 van lijn 3 voor hen opdook. Het liep allemaal gelukkig nog goed af. De bestuurder van de tram had een snijwond aan zijn arm en de passagiers waren flink door elkaar geschud. Door de klap stond de 439 90 graden gedraaid en werd, net als de vrachtwagen linksvoor, rechtsvoor aan het balkon zwaar beschadigd. De 439 werd weer hersteld.

Op 20-02-1960 botste in de van Woustraat de 418 van lijn 4 met een vrij lichte vrachtauto. Door de aanrijding zat de trambestuurder opgesloten in zijn hok. Hier schrok het GVB zodanig van dat de ombouwers 406, 418, 421 (en 457) per 13 mei 1960 buiten dienst werden gesteld. De 418 stond al vanaf die 20-ste februari met flinke schade aan de kant. In november resp. december 1960 werden ook de twee andere cabinewagens, de 411 en 440, buiten dienst gesteld.

Op 31-05-1960 ging de 396, welke op lijn 3 in brand was geraakt, voor herstel naar de CW. Na herstel kwam hij op 20-06-1960 weer in dienst.

Op 12-06-1960 botste het stel 437+769 van lijn 3 op het Kwakersplein tegen een vuilnisauto. Van de 437, die aan revisie toe was, werd het balkon flink ingedrukt en de wagen werd terzijde gesteld voor sloop. De speciale truck met Timken rollagers van de 437 werd in februari 1961 geplaatst onder de bak van de 434.

Op 15-09-1960 ruilde de 415 zijn truck met de voor afvoer buiten dienst staande 418.

Op zondagavond 09-10-1960 reed het stel 444+725 op lijn 3 op de Insulindeweg met volle snelheid achterop zijn halterende voorganger, het stel 438+732 van lijn 3. De 444 en 732 schoven diep in elkaar, waarbij de 732 compleet van zijn truck afbrak, en werden beide voor sloop terzijde gesteld. Motorrijtuig 444 werd voor nader onderzoek door de politie enige tijd in beslag genomen en werd op 13 oktober weer vrijgegeven. De eveneens beschadigde 438 en 725 kwamen na herstel weer terug in dienst.

In 1960 werden, tengevolge van de aanbrenging van rubbergeveerde wielen(1955-1959), bij de 397, 415, 424 en 439 de pekham- of balansbeugels van de aspotten verwijderd.

In de periode 17-11-1961 t/m 04-01-1962 werd een nieuwe sloopactie aangevangen. Hierbij sneuvelden de ombouwers 406, 418, 421, alsmede de zwaar beschadigde 437 en 444.

In 1961 werd bij 5 wagens de Peckham-beugels op de aspotten verwijderd, tw.: in januari: 430; in maart: 398; in april: 410; in juli: 399 en in oktober: 427.

De door de afvoer van de Utrechtenaren vrijgekomen motoren, van oorsprong afkomstig uit de reeks 476 met bouwjaar 1937 en daardoor dus jonger, konden deels overgeplaats worden in de reeks 398-410. Het betrof AEG-motoren van het type USL253aD met 50 pk. Tot augustus 1961 werden de motoren vervangen bij de 398, 399 en 405. In november 1961 volgde de 409, waarna in maart 1962 de 415 volgde en in april 1962 de 396 en 404. Aansluitend werden ze nog geplaatst in de 401, 403 en 410.

In april 1962 verloor de 404 de Peckham-beugels op de aspotten. Hierbij kreeg hij tevens een nieuw cijfertype op de wagen aangebracht.

In september 1962 werd de 409 terzijde gesteld voor sloop. De wagens 420, 422, 424, 425, 428 en 429 gingen op noodreserve en werden in principe niet meer ingezet.

Ten gevolge van de strenge winter vielen vele wagens met defecten uit, waardoor de wagens 420, 425, 428 en 429 weer in dienst kwamen op resp. 09-01-1963(lijn 5), 08-01-1963(lijn 3), 05-01-1963(lijn 10) en 07-01-1963(lijn 3). Later keerden ook de 422 en 424 in de dienst terug. Voor de 424 was dit op 27-02-1963(lijn 24).

Om de druk tegen de rijdraad te vergroten(van 7 naar 10 kg) werden in april 1963 de beugels van de 431 en 435 70 cm ingekort. In mei 1963 kreeg de 431 reed weer een normale sleepbeugel terug, zodat de 435 hiermee een eenling zou blijven.

In augustus 1963 kreeg de 443 het nieuwe cijfertype, zoals ook al aangebracht was op de 404.

In september 1963 kwam de 401 na een grote revisie in dienst. Hierbij kreeg hij het nieuwe cijfertype, de AEG-motoren type USL253aD en de Peckham-beugels op de aspotten werden verwijderd.

Op 24-02-1963 had de 413 op lijn 27 een zware aanrijding met een truck met oplegger op de kruising Kinkerstraat/Nassaukade, waarbij van de tram het voorbalkon werd vernield. In maart werd de 413 terzijde gesteld.

Op 06-12-1963 botste in de keerlus aan het Bos en Lommerplein de 417 van lijn 13 achterop bijwagen 810 van lijn 13. de 417 werd hierbij flink beschadigd en de 810 liep zware schade op.

Na ruim 3 jaar kwamen de 411 en 440 op 12-03-1964 weer in dienst op lijn 1 resp. lijn 2. De 411 reed op 11-03-1964 reeds als lesrijtuig.

In het najaar van 1964 werden de 416(september) en de 400 en 431(beide in oktober) uit de rijdende dienst genomen en aansluitend onttakeld voor afvoer.

Op 15-12-1964 dacht 's morgens vroeg een automobilist op de kruising Nassaukade/Kinkerstraat nog even voor de 430 van lijn 27 langs te kunnen. De automobilist werd door de klap weggeslingerd, maar ook de 430 werd door de klap uit de rails geslingerd en kwam in de Kinkerstraat in een gevel van een bakkerij tot stilstand. Van de 430, die zojuist geheel gereviseerd was, werd het gehele voorbalkon verwoest en de wagen werd terzijde gesteld voor sloop. De voorgevel en voorpui van de bakkerij werden geheel ontzet en vernield, zodanig dat de bakkersvrouw, die boven de winkel woonde haar slaapkamerdeur niet meer open kreeg.

In mei 1965 werd rijtuig 417 onttakeld voor sloop.

In augustus 1965 ging de 408 met botsschade buiten dienst. In september werd de wagen toch in herstel genomen en kwam in oktober weer in dienst.

In 1965 werden 11 wagens voorzien van het nieuwe cijfertype, tw.: de wagens 396(augustus), 399(juli), 403, 408, 410, 420, 423, 434, 436, 438(september) en 440. Vreemd genoeg kreeg de 432 in juli nieuwe cijfers aangebracht, maar in augustus kreeg hij de oude cijfers weer terug aangebracht.

In 1965 werden gesloopt: de 400, 407, 409, 413, 416, 417, 430 en 431.

Ook in 1966 werden weer enige wagens voorzien van nieuwe rijtuigcijfers, tw.: in april/mei: 398, 439 en in september/oktober: 411.
De 411 kreeg hierbij de rijtuignummers weer op de normale plaats aangebracht. Sinds de ombouw in 1952 stond aan de rechterzijde het wapen vooraan en het rijtuignummer erachteraan en aan de linkerzijde juist andersom. Behalve de 411 hadden ook de 406, 418 en 421 bij hun verbouwing destijds deze situatie aangenomen.

Op 21-12-1966 zette de 433+727 zich geheel zonder reden in de remise Havenstraat in beweging. Hierbij reed hij in die remise tegen motorrijtuig 601 op, liep buiten de remise uit de rails en botste daarbij tegen 3 personenauto's op. De wagen werd terzijde gesteld voor afvoer.

In september 1966 werd gestart met de buitendienststelling van de tweeassers en de sloop hiervan. Nog in 1966 verdwenen, op het terrein van de Centrale Werkplaats Tollensstraat, in slopershanden resp. de wagens 403, 422, 402 en 436.

Eind 1966 ging de 397 terzijde. In januari 1967 volgden de 425, 426 en 441. De 441 reed voorlopig nog wel lesritten. In februari 1967 gingen de 405, 433, 439 en 442 terzijde.
De 441 werd van 17 t/m 26-02-1967 gebruikt als trekkracht voor een platte wagen, waarop een auto stond n.a.v. de autotentoonstelling in het RAI-complex.

Op 29-03-1967 botste 's morgens op het remiseterrein in de Havenstraat de 432+817 van lijn 27 tegen het stel 435+753, waardoor de 432 en 753 met schade terzijde werden gesteld voor sloop.

Na de zomerdienst van 1967 kwamen de 401, 438 en 445 weer in dienst, de laatste 2 exemplaren uitsluitend als leswagen. Verder waren ook er nog de rijtuigen 399, 404, 411, 415, 428, 429 en 434, die in oktober 1967 beschikbaar kwamen als wensextra's op resp. de lijnen 16, 24, 1, 13, 13, 7 en 1.

Op 06-10-1967 werd de 401 voor het laatst ingezet, en wel op lijn 4. Hierdoor werd de 420 weer in dienst gesteld. De 401 werd klaargemaakt en op 06-11-1967 geschonken aan de Tramweg Stichting en getransporteerd naar de nieuwe TS-locatie in Bovenkarspel.

Om nummerdoublures met nieuw af te leveren busmaterieel te voorkomen moesten per 01-01-1968 de wagens vernummerd zijn in de 1400-reeks. Hiertoe werd op 07-11-1967 en de volgende dagen de wagens 396, 399, 404, 411, 415, 424, 428, 429, 434 en 438
1000 hoger genummerd. De wagens 415, 424, 428 en 429, die nog het oude cijfertype hadden, kregen hierbij gelijk het nieuwe rijtuigcijfertype aangebracht. De wagens 425 en 435 werden niet meer vernummerd.

De inzet van de lage (1)400-den was eind 1967 vrijwel nihil. De 1399 werd gebruikt als materiaaltransportwagen tussen de CW en de Havenstraat. Eind 1967 nam de 1429 zijn taak over. In 1967 reden alleen de 1411, 1415, 1424 en 1428 enkele malen in de reizigersdienst. De 1396 ging buiten dienst en werd voor museale doeleinden eind 1967 weer terugvernummerd tot 396.

Ook in 1967 werd er lustig buiten dienst gesteld en gesloopt, ten gevolge van de instroom van de nieuwe dubbelgelede tramrijtuigen uit de reeks 670-724. In 1967 verdwenen 23 wagens van het toneel. De 401 werd verkocht. De rest werd gesloopt op het CW-terrein Tollensstraat. In 1967 werden gesloopt, resp.: 443, 397, 440, 439, 423, 441, 432(schade), 414, 419, 398, 412, 410, 427, 442, 405, 408, 426, 445, 433(schade), 420, 425 en 435. De truck van de 445 werd bewaard.

1968 werd het laatste jaar van de tweeassers in de reizigersdienst, waardoor een overzichtje van de laatste inzetten volgt. De 1404, 1411, 1424, 1428, 1434 en 1438 haalden de reizigersdienst in dat jaar(1399 en 1429 reden nooit onder dit nummer in de dienst).
Op 16-01-1968 waren er nog 17 tweeassers in dienst, waarbij de 1404, 1411 en 1424 op lijn 1 reden. De 1434 raakte die ochtendspits op lijn 1 met een verbrande motor defect, werd vervangen door de 1404 en ging terzijde. De 1438 reed op lijn 2 en de 1428 reed niet.
De 1399 was trek- en duwkracht in de remise Lekstraat. Op 17-01-1968 verdween de 1424 van lijn 1. Op 23-01-1968 verving de 1404 de 1438 op lijn 2.
Op 05-02-1968 reed de 1438 weer op lijn 2 en dit was tevens zijn laatste rit. Op 06-02-1968 verscheen het stel 1424+825 als instructie-extra in de ochtend voor 2 ritten op lijn 16. De 1404 reed weer op 2. Op 13-02-1968 reed de 1428 i.p.v. de 1404 op lijn 2.
Op 14-02-1968 was dit weer de 1404. Op 15-02-1968 reed de 1404 voor het laatst op lijn 2 en ging aan de kant. De 1428 nam de 16-de zijn plek in. Op 22-02 reden dus nog de 1411 op 1, de 1428 op 2 en de 1424+825 op 16.
Op 4 maart raakte de 1428 in de ochtend defect(zijn laatste rit was op 1 maart) en ging buiten dienst. Op 5 maart reed de 1424+825 voor het laatst als instructie-extra op lijn 16, zodat alleen nog de 1411 reed, die op 29 maart zijn laatste rit reed. Op die datum werd het tweeasser tijdperk afgesloten.
Op 2 april 1968 ging de 8-ste dienstwagen van lijn 1 defect naar de remise om 16.30 uur en werd vervangen door de 1424!, voorzien van witte lijnkleurenglaasjes. Hij reed één onvolledige rit(hij kwam daarbij niet eens op het CS) op lijn 1 en was daarmee, tezamen met regenextra 1459 op lijn 2, de laatste tweeasser in de passagiersdienst.
Op 23-05-1968, Hemelvaartsdag, werden met de 1399, ingetuigd als lijn 16 met witte glaasjes, filmopnamen gemaakt op het traject Leidsebosje - Centraal Station.

In 1968 werd het restant van de wagens gesloopt in de CW aan de Tollensstraat, tw. resp.: de wagens 1415, 1429, 1434, 1438, 1404, 1411, 1428, 396 en 1424. De truck van de 1434 werd bewaard. Van de 1438 ging één as in januari 1969 naar de TS in Hoorn.

Eind 1968 kwam rijtuig 1455, uit de reeks 446-475, tijdelijk op de truck van de 1434 te staan tot zijn afvoer in 1970. De trucks van de 1434 en de 445 waren sindsdien weer buiten dienst.

In hun gehele loopbaan hebben de "blauwe" wagens op vrijwel alle tramlijnen dienst gedaan. Hieronder volgt een overzicht van hun inzet met de bijbehorende periode en trajecten:
    - Lijn 1 (Stationsplein - Stadionstraat v.v.):
                    Nadat eind maart 1963 al een week lang twee losse motorwagens hier dienst deden kwamen vanaf 10 juni 1963 de wagens
                    als losse motorwagens in de basisdienst t/m april 1968. Alleen in de zomer van 1967 reden ze hier niet.
    - Lijn 2 (Stationsplein - Hoofddorpplein v.v.):
                    In de zomer van 1963 werd al af en toe een losse tweeasser ingezet op lijn 2. Vanaf 7 oktober 1963 reden de wagens als losse
                    motorwagens in de basisdienst t/m april 1968. Alleen in de zomer van 1967 reden ze hier niet.
    - Lijn 3 (Javaplein - Frederik Hendrikplantsoen v.v.(1929-1940); Van Swindenstraat - Frederik Hendrikplantsoen v.v.(1940-1942);
                    Krugerplein - Frederik Hendrikplantsoen v.v.(1942-1944); Station Muiderpoort - Frederik Hendrikplantsoen v.v.
                    (1945-1951); Station Muiderpoort - Zoutkeetsgracht v.v.(vanaf 1951):
                    Vanaf december 1931 reden de motorwagens, zowel met de type-gelijke 900-bijwagens als grootbordes bijwagens in de
                    basisdienst. Vanaf september 1932 uitsluitend als blauw tramstel. Vanaf november 1933 weer in beide dienstvormen.
                    Vanaf april 1934 weer uitsluitend als blauw tramstel. Per juli 1936 door de ombouw van de 900-bijwagens tot motorwagens
                    wederom in gemengde uitvoering en vanaf oktober 1936 nog uitsluitend met Grootbordesbijwagens, ook wel boldakkers
                    genoemd, in de dienst. In maart 1942 verdwenen ze van lijn 3 om in juni 1942 weer als aanvulling(spitsversterking e.d.) terug
                    te keren. Per 30-07-1942 was het wederom voorbij. In december 1942/januari 1943 waren ze weer tijdelijk als aanvulling op
                    lijn 3 aan te treffen. Na de oorlog kwamen ze in november 1946 weer in de basisdienst terug om vervolgens in februari 1947
                    wederom het veld te ruimen. In juni 1947 keerden ze weer terug op lijn 3 als aanvulling, waarna ze per september 1948 weer
                    in de basisdienst terecht kwamen. Ditmaal bleven ze in de basisdienst doorrijden t/m juni 1963. Per 18-10-1965 kwamen ze
                    als aanvullende wagens wederom op lijn 3 terecht. Tussen 6 juni en 4 juli 1966 reden ze niet op lijn 3. Ook in de zomer van
                    1967(juli tot 10 september) reden ze niet. Uiteindelijk kwam in maart 1968 een einde aan de inzet op lijn 3, waarmee lijn 3
                    één van de lijnen was waar de meeste materieelmutaties plaatsvonden met dit materieel.
    - Lijn 4 (Westerscheldeplein = Europaplein - Stationsplein v.v.):
                    Vanaf juni 1953 reden de motorwagens in de basisdienst los op lijn 4. Per 12-05-1955 reden ze weer in tramstel formatie met
                    een boldakker aan de haak. Vanaf 24-10-1955 reden ze alleen nog in de aanvullende diensten. Per 23-04-1956 keerden ze
                    terug in de basisdienst, waar ze tot 02-01-1962 waren aan te treffen. In september 1962 keerden de tramstellen als
                    aanvulling terug op lijn 4 en deden dienst tot 06-06-1966. Ook in de winterdienst 1966/67(12-09-1966 tot 08-07-1967)
                    waren de tramstellen weer als aanvulling op lijn 4 te vinden. Het laatste seizoen, 1967/68(vanaf 10-09-1967), toonden
                    wederom de tramstellen op deze lijn. Per 8 april 1968 kwam er een einde aan de dienst.
    - Lijn 5 (Amstelstation - Stationsplein v.v.):
                    Vanaf september 1958 kwamen de motorwagens met boldakkers als bijwagens in de aanvullende dienst op lijn 5 te rijden.
                    Vanaf februari 1961 kwamen zij ook in de basisdienst te rijden en deden dit tot de opheffing van de lijn op 17-09-1961. De
                    reactivering van de lijn als spitslijn op 11-12-1961 betekende wederom dat de motorwagens weer op lijn 5 kwamen te
                    rijden. Tot 12-11-1962 reden ze als losse motorwagens en vanaf die datum in tramstelformatie.
                    De definitieve opheffing van de lijn op 24-05-1965 betekende het einde van de inzet op lijn 5.
    - Lijn 6 (Stadionplein - Station Muiderpoort v.v.):
                    Vanaf januari 1933 deden vijf blauwe stellen van lijn 25 op zondagen dienst op lijn 6. Later werden dit de stellen van lijn 14
                    en 25. Vanaf november 1937 kwam dit materieel met bijwagens reeks 701-880(Boldakkers) hier in de basisdienst.
                    Op 26 maart 1942 verdween het materieel hier weer. Van 28 januari tot 16 februari 1942 lag de lijn overigens tijdelijk stil. Na
                    de oorlog keerde de lijn alleen nog terug bij evenementen in het Olympisch Stadion. Er reed dan allerlei materieel, waarbij
                    ook menigmaal blauwe wagens werden ingezet. In 1958 werd de lijn definitief opgeheven.
    - Lijn 7 (Mercatorplein - Plantage Parklaan v.v.(1950-1961); Mercatorplein - Amstelstation v.v.(vanaf 1961)):
                    Op 6 april 1950 kwam dit materieel in de basisdienst terecht. Vanaf februari 1954 reden ze alleen nog de aanvullende
                    diensten, om twee maanden later weer terug te keren in de basisdienst. In december 1956 verdween het materieel van lijn 7.
                    Eind mei 1959 keerden zij terug in de basisdienst en reed daar tot 15 mei1960. Vanaf 10-06-1963 reed zij weer aanvullende
                    diensten t/m 19-02-1967, waarbij in de zomer van 1966(06-06-1966 tot 12-09-1966) geen inzet plaats vond.
    - Lijn 9 (Middenweg - Stationsplein v.v.):
                    In november 1952 kwam dit materieel in de aanvullende dienst ook op lijn 9 te rijden. Vanaf 23-11-1955 verzorgden zij ook
                    diensten in de basisdienst. Per 23-04-1956 reden ze alleen nog aanvullende diensten, waarna ze per 19-11-1956 van de lijn
                    verdwenen. Vanaf 6 juni 1960 reden 4 stellen de vaste stadiondiensten. Vanaf 07-10-1963 t/m maart 1966 reden ze weer in
                    de aanvullende diensten(in de zomer van 1964(31-05 tot 23-08-1964) en 1965(28-06 tot 18-10-1965) reden ze echter niet).
                    Per 10-09-1967 kwamen ze weer in de aanvullende dienst te rijden, waarna het in maart 1968 definitief voorbij was.
    - Lijn 10 (van Hallstraat - Molukkenstraat v.v.):
                    In maart 1942 kwamen ze in de basisdienst terecht en reden tot de stillegging van de tram per 09-10-1944.
                    Vanaf 16 mei 1946 reden enkele 400-den in de dienst. Pas per oktober 1949 kwam het materieel terug in de aanvullende
                    dienst en per maart 1950 ook weer in de basisdienst, waar zij tot 07-10-1963 bleven rijden. Vanaf dat moment bleven ze nog
                    in de aanvullende diensten rijden tot het einde in maart 1968. Alleen in de zomers van 1966(6 juni tot 12 september) en
                    1967(4 juni tot 10 september) reden ze niet.
    - Lijn 11 Lijn 11 (Insulindeweg - Stationsplein v.v.):
                    In 1952 kwam de verbouwde 411 hier in dienst, maar lang bleef de wagen hier niet rijden. Nog in hetzelfde jaar schoof de
                    wagen door naar lijn 4.
    - Lijn 13 (Slotermeer - CS v.v.):
                    Vanaf 18-11-1956 vervulde dit materieel aanvullende diensten op lijn 13. Per mei 1957 kwam het ook in de basisdienst
                    terecht, waar het tot 07-02-1960 bleef rijden. Tot februari 1962 reed het extra stel, dat eerst op lijn 13E reed nog op lijn 13.
                    Per 23 oktober 1962 werd weer met tweeassers als extra dienst gereden. Vanaf 7 oktober 1963 tot 4 juni 1967 kwam het
                    terug in de aanvullende diensten, waarbij het materieel in de zomer van 1966(6 juni tot 12 september) niet reed.
    - Lijn 13S (Hoofdweg, later Mercatorplein - CS vv):
                    Vanaf 12-09-1929 tot juli 1930 verzorgde het materieel met boldakkers de basisdienst.
    - Lijn 13E (Bos en Lommerplein - CS v.v.):
                    Op deze spitslijn reed dit materieel van 07-02-1960 tot de opheffing op 09-10-1961 haar diensten.
    - Lijn 14 (van Hallstraat - Molukkkenstraat v.v.):
                    Vanaf oktober 1930 tot 31 december 1931 waren de wagens in "blauwe" wagencombinaties op deze lijn in de basisdienst
                    onderweg.
    - Lijn 16 (Station Willemspark(per 31-10-1938 Haarlemmermeerstation) - Stationsplein v.v.):
                    Vanaf eind mei 1929 verscheen dit materieel in de basisdienst(in eerste instantie met de gelijksoortige 900-bijwagens, later
                    met de boldakkers). Ze bleven de lijn tot 7 oktober 1963 trouw, waarna zij tot maart 1968 nog de aanvullende diensten
                    bleven verrichten. Alleen in de zomers van 1964(13 juli tot 3 oktober) en 1966(6 juni tot 12 september) reden ze hier niet.
                    Verder waren de wagens tussen 18 maart en 16 oktober ook tijdelijk niet op lijn 16 aan te treffen.
     - Lijn 17 (Surinameplein - Stationsplein v.v.):
                    Van 17 t/m 26 september 1949 reden 3 stellen op lijn 17 als extra's in verband met de opening van de brug over de
                    Overtoomse Sluis. Vanaf 22 maart 1950 tot september 1952, alsmede vanaf november 1952 tot mei 1955 waren de wagens
                    in de basisdienst aan te treffen. Vanaf 04-07-1953 reden de wagens niet meer in stel-formatie, maar als losse motorwagens.
    - Lijn 23 (Stadionplein - Zoutkeetsgracht v.v.(1931-1957); Stadionplein - Frederik Hendrikplantsoen v.v.(1957-1958):
                    Vanaf 24 december 1933 verschenen op zondagen "blauwe wagens" van lijn 16 op lijn 23, veelal voorzien van een rood
                    beugelbordje "23". Toen lijn 24 in de loop van 1936 van 400-stellen werd voorzien, werden die vanaf januari 1937 ook op
                    lijn 23 ingezet op zondagen.
                    Na de tijdelijke opheffing in 1944 keerde de lijn in 1945 uitsluitend terug bij evenementen in het Olympisch Stadion en tot de
                    opheffing in 1958 waren de blauwe wagens ook bij evenementen op deze lijn aan te treffen.
    - Lijn 24 (Olympiaweg - Stationsplein v.v.):
                    De Concertgebouwtram, die op 1 november 1932 werd ingevoerd, reed op lijn 24 met een losse 400. Deze dienst, op
                    zondagen, bleef tot 1 april 1934 gehandhaafd en was de eerste blauwe wagen-dienst op lijn 24. Vanaf 15 januari 1933
                    verschenen de blauwe wagens ook op stadiondiensten. In de loop van 1936 kwamen de motorwagens met boldakkers in de
                    basisdienst terecht, waar ze bleven rijden tot juni 1950. Van februari t/m april 1954 reden ze weer even aanvullende
                    diensten op deze lijn. Per 7 oktober 1963 kwamen ze weer in de aanvullende dienst terug en reden daar tot 6 februari 1967,
                    alleen in de zomer van 1964(13 juli tot 22 augustus) en 1966(6 juni tot 12 september) reden ze niet.
    - Lijn 24R (Olympiaweg - Rembrandtplein v.v.):
                    Op deze spitslijn reden de motorwagens als losse wagens tussen december 1938 en mei 1940, evenals tussen juli en
                    september 1940.
    - Lijn 25 (Amstellaan - Stationsplein v.v.(1932-1939); Amstelstation - Stationsplein v.v.(1939-1944); Rivierenlaan(later
                    President Kennedylaan) - Stationsplein v.v.(vanaf 1945)):
                    Op 1 juli 1930 verschenen ze in de basisdienst, in eerste instantie met 901-bijwagens, maar na korte tijd met bijwagens reeks
                    931. In februari 1950 kwam hier een einde aan de inzet. Vanaf 7 oktober 1963 kwamen ze terug in de aanvullende diensten,
                    waar ze bleven rijden tot 26 februari 1968, alleen in de zomers van 1965 (28 juni tot 18 oktober), 1966(6 juni tot
                    12 september) en 1967(4 juni tot 10 september) reden ze niet.
    - Lijn 25R (Amstellaan - Rembrandtplein v.v.(1932-1939); Lekstraat - Rembrandtplein v.v.(vanaf 1939)):
                    Op deze spitslijn reden ze met bijwagens reeks 701 en 931 vanaf 20 december 1932 in de dienst. Vanaf 9 februari 1933 reden
                    ze hier als losse motorwagens. In januari 1941 verdwenen ze hier uit de dienst om twee maanden later weer terug te keren.
                    Van 16 oktober 1941 tot 29 januari 1942 en van 1 juni 1942 tot 23 november 1942 reed de lijn niet. Het materieel bleef de lijn
                    trouw tot de definitieve opheffing op 7 juli 1943.
    - Lijn 27 (Surinameplein - Stationsplein v.v.):
                    Op deze spitslijn verzorgde het materieel tussen 10 september 1962 en 5 juni 1967 de dienst.
    - Wachtwagen:
                    Het fenomeen "wachtwagen", een tram die op een strategisch punt staat opgesteld en invalt bij uitval e.d., is met de
                    winterdienst 1964/65 ingesteld. De lijn reed met een vierkantje als lijncijfer in de sleepbeugel en had witte koersborden. In
                    eerste instantie reden losse tweeassers de dienst, maar al snel werden dit drieassers(zodat de lijnfilm kon worden getoond)
                    en later werden geledes hierin ingezet. In de eerste winterdienst t/m juni 1965 werd zelfs regelmatig eencompleet tweeassig
                    tramstel ingezet, waarmee de boldakkers dus ook in deze dienst hebben dienstgedaan.
Op de lijnen 8, 12, 15, 18-22 en 26 vond in de regel geen inzet van blauwe wagens plaats, maar in de praktijk kan dit bij uitzondering wel eens plaatsgevonden hebben. De inzet in de basisdienst betekende overwegend dat het materieel van aanvang dienst tot einde dienst was aan te treffen, terwijl de aanvullende diensten met name spitsversterking betrof en/of enkele dagdiensten. Buiten deze reguliere diensten werd het tweeassig materieel nog regelmatig op de diverse lijnen ingezet als extra's, waarbij dan ook op lijnen werd gereden, waar de inzet (tijdelijk) niet gebruikelijk was.

            De situatie van de museumtrams uit de serie "blauwe wagens vanaf 1968:

In de periode 18 t/m 23-08-1969 verhuisde de gehele TS-museumverzameling, inclusief motorrijtuig 401, van Bovenkerk naar het emplacement in Hoorn.

Op 03-01-1973 kwam de 401 retour naar Amsterdam, vanuit Hoorn. De wagen ging verder in revisie tot museumwagen en kwam in 1975 als zodanig in dienst. Op 20-09-1975 ging hij over naar de Museumtramlijn Amsterdam(het Rijdend Electrisch Museum) en reed sindsdien zijn ritjes op de elektrische museumtramlijn (later de EMA genaamd) vanaf het Haarlemmermeersttaion naar het Jollenpad. Later werd deze museumlijn in etappen verlengd naar het Jollenpad(voorbij de Ringweg)(per 1979), Kalfjeslaan(per 1981), Amstelveen(per 1983) en Bovenkerk(per 1997).

    In Dienst met   DOOR DE DUITSE BEZETTINGSMACHT   Uit Duitsland Gemoderniseerd Gestyleerd goudgele         Nieuw
Wagennr. In Dienst Op Lijn Verlengd balkon       Gevorderd op   Gevorderd naar  Gerepatrieerd Herindienst op     In Dienst Op Lijn     Railremmen         Cijfertype Vernummerd op Wagennummer Laatste inzet Op Lijn    Afvoer op Afvoer naar
    396  01-06-1929     16        -     -1940              ---               --            ---          ---          ---       --   21-02-1956            -     -1965         -11-1967         1396        -     -1967                       27 en 28-08-1968 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    397  31-05-1929     16        -     -1940              ---               --            ---          ---          ---       --        -03-1956              ---           ---           ---        -     -1966                    06 t/m 09-02-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    398  06-06-1929     16        -     -1943        16-02-1945    Wesermünde      22-06-1946        -09-1946          ---       --        -03-1956            -     -1966           ---           ---        -     -1967                    12 t/m 14-06-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    399  29-05-1929     16        -    -1940        17-02-1945    Wesermünde      27-06-1946        -09-1946          ---       --        -02-1956            -     -1965         -11-1967         1399   23-05-1968 werkwagen                17 en 18-09-1968 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    400  29-05-1929     16        -     -1940              ---               --            ---          ---          ---       --        -03-1956              ---           ---           ---        -10-1964                                   13-04-1965 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    401       -06-1929     16        -12-1948        16-02-1945           Bremen      30-05-1946        -12-1948          ---       --        -03-1956            -09-1963           ---           ---   06-10-1967       4                            06-11-1967 Tramweg Stichting (tbv. museale doeleinden)
    402       -06-1929     16        -     -1941              ---               --            ---          ---          ---       --        -05-1956              ---           ---           ---        -     -196                    16 t/m 18-11-1966 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    403       -06-1929     16        -     -1941              ---               --            ---          ---          ---       --        -04-1956            -     -1965           ---           ---        -     -1967                    14 t/m 16-09-1966 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    404       -06-1929     16        -     -1944              ---               --            ---          ---          ---       --        -03-1956            -04-1962         -11-1967         1404   15-02-1968       2               26 en 27-02-1968 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    405       -06-1929     16        -10-1956              ---               --            ---          ---          ---       --        -12-1956              ---           ---           ---        -02-1967                    01 t/m 03-08-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    406       -06-1929     16        -     -1943              ---               --            ---          ---    23-03-1958        4   23-03-1958              ---           ---           ---   13-05-1960       4                            27-12-1961 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
    407       -06-1929     16        -     -1940              ---               --            ---          ---          ---       --        -04-1956              ---           ---           ---        -     -196                                   25-08-1965 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
    408       -06-1929     16        -     -1941              ---               --            ---          ---          ---       --        -04-1956            -     -1965           ---           ---        -     -1967                    15 t/m 17-08-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    409       -06-1929     16        -     -1941              ---               --            ---          ---          ---       --        -12-1956              ---           ---           ---        -09-1962                                   03-03-1965 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
    410  25-09-1929             -     -1939              ---               --            ---          ---          ---       --        -04-1956            -     -1965           ---           ---        -     -1967                    26 t/m 28-06-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    411  09-06-1929     16        -     -1939              ---               --            ---          ---          ---       --   16-04-1952            -     -1966         -11-1967         1411   29-03-1968       1             18 t/m 20-06-1968 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    412  01-06-1929     16        -05-1939        16-02-1945           Bremen      30-05-1946        -12-1946          ---       --        -05-1956              ---           ---           ---        -     -1967                    19 t/m 21-06-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    413  06-06-1929     16        -     -1940              ---               --            ---          ---          ---       --   03-05-1956              ---           ---           ---   24-02-1964     27                            23-02-1965 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    414  06-06-1929     16        -08-1948        16-02-1945    Wesermünde      27-06-1946        -08-1948          ---       --        -05-1956              ---           ---           ---        -     -1967                       16 en 17-05-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    415  31-05-1929     16        -     -1941        17-02-1945           Bremen      30-05-1946        -12-1946          ---       --        -05-1956            -11-1967         -11-1967         1415   15-12-1967       1                08 en 09-01-1968 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    416  06-06-1929     16        -     -1940        17-02-1945    Wesermünde      22-06-1946        -12-1946          ---       --        -04-1957              ---           ---           ---        -09-1964                                   13-07-1965 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
    417  10-06-1929     16        -     -1939              ---               --            ---          ---          ---       --        -03-1957              ---           ---           ---   06-12-1963     13                            18-08-1965 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
    418  05-06-1929     16        -     -1939        20-02-1945           Bremen      30-05-1946        -09-1946    02-11-1953        9   02-11-1953              ---           ---           ---   20-02-1960       4                            04-01-1962 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
    419  11-06-1929     16        -     -1940              ---               --            ---          ---          ---       --        -02-1957              ---           ---           ---        -     -1967                       23 en 24-05-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    420  11-06-1929     16        -05-1939              ---               --            ---          ---          ---       --        -08-1957            -     -1965           ---           ---        -     -1967                       13 en 14-11-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    421  02-07-1929             -     -1944              ---               --            ---          ---    31-03-1954        9   31-03-1954              ---           ---           ---   13-05-1960       4                            11-12-1961 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
    422  27-06-1929             -05-1939              ---               --            ---          ---          ---       --        -04-1957              ---           ---           ---        -     -196                    18 t/m 20-10-1966 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    423  19-06-1929             -     -1940              ---               --            ---          ---          ---       --        -06-1957            -     -1965           ---           ---        -     -1967                       13 en 14-03-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    424  29-06-1929             -     -1939              ---               --            ---          ---          ---       --        -05-1957            -11-1967         -11-1967         1424   02-04-1968       1                24 en 25-09-1968 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    425  09-07-1929             -05-1939              ---               --            ---          ---          ---       --        -06-1957              ---           ---           ---        -01-1967                       28 en 29-11-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    426       -10-1930             -     -1941              ---               --            ---          ---          ---       --        -02-1957              ---           ---           ---        -01-1967                       02 en 03-10-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    427       -10-1930             -     -1939        20-02-1945           Bremen      30-05-1946        -12-1946          ---       --        -03-1957              ---           ---           ---        -     -1967                    04 t/m 06-07-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    428       -10-1930             -     -1941              ---               --            ---          ---          ---       --        -03-1957            -11-1967         -11-1967         1428   01-03-1968       2 03, 04, 05 en 08-07-1968 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    429       -10-1930             -04-1957              ---               --            ---          ---          ---       --        -04-1957            -11-1967         -11-1967         1429        -     -1967                        15 en 16-01-1968 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    430       -10-1930             -     -1939              ---               --            ---          ---          ---       --        -03-1957              ---           ---           ---   15-12-1964     27                            12-02-1965 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
    431       -10-1930             -06-1939              ---               --            ---          ---          ---       --        -04-1957              ---           ---           ---        -10-1964                                   08-04-1965 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
    432       -10-1930             -     -1941              ---               --            ---          ---          ---       --        -06-1957              ---           ---           ---        -     -1967                       08 en 09-05-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    433       -10-1930             -     -1940              ---               --            ---          ---          ---       --        -05-1957              ---           ---           ---        -02-1967                       17 en 18-10-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    434       -10-1930             -06-1939              ---               --            ---          ---          ---       --        -05-1957            -     -1965         -11-1967         1434   16-01-1968       1                29 en 30-01-1968 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    435       -10-1930             -     -1941              ---               --            ---          ---          ---       --        -05-1957              ---           ---           ---        -     -1967                       05 en 06-12-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    436       -10-1930             -     -1940        20-02-1945           Bremen      30-05-1946        -10-1946          ---       --        -01-1956            -    -1965           ---           ---        -     -196                         19 en 20-12-1966 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    437       -10-1930             -     -1940              ---               --            ---          ---          ---       --        -12-1955              ---           ---           ---   12-06-1960       3                            11-12-1961 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
    438      -10-1930             -     -1939              ---               --            ---          ---          ---       --        -01-1956            -     -1965         -11-1967         1438   05-02-1968       2                12 en 13-02-1968 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    439       -10-1930             -     -1941              ---               --            ---          ---          ---       --        -12-1955            -     -1966           ---           ---        -02-1967                       20 en 21-02-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    440       -10-1930             -     -1944        21-02-1945           Bremen      30-05-1946        -09-1946          ---       --   22-11-1952            -     -1965           ---           ---        -     -1967                       13 en 14-02-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    441       -10-1930             -     -1941              ---               --            ---          ---          ---       --        -01-1956              ---           ---           ---        -01-1967                    12 t/m 14-04-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    442       -10-1930             -     -1940              ---               --            ---          ---          ---       --        -12-1955              ---           ---           ---        -02-1967                    17 t/m 19-07-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    443       -10-1930             -     -1941              ---               --            ---          ---          ---       --        -12-1955            -08-1963           ---           ---        -     -196                         11 en 12-01-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"
    444       -10-1930             -     -1941              ---               --            ---          ---          ---       --   11-02-1956              ---           ---           ---   09-10-1960       3                           03-01-1962 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Nieuwe Achtergracht"
    445       -10-1930             -02-1957              ---               --            ---          ---          ---       --        -12-1956              ---           ---           ---        -     -1967                       10 en 11-10-1967 "in eigen beheer gesloopt op het remiseterrein Centrale Werkplaats Tollensstraat/Bellamyplein"









                 






Traminfo.nl © 2003-2015 | Contact  | Colofon | Disclaimer | Links