GVB 230, Remise Havenstraat, 1934
Foto: Gemeentetram Amsterdam

Home > Tram > Electrische tram > Serie > Serie 5 (230-235)

Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam - Serie 230-235

Serie:
230-235
Type: Elektrisch Motorrijtuig
Bouwjaar: 1908
Fabrikant wagenbak: Werkspoor, Amsterdam
Elektrische uitrusting: Siemens Schuckert Werke(SSW), Berlin(Deutschland)
Motortype: SSW D39I
Motorvermogen: 2x 20 pk(= 14 kW)
Lengte:
8568 mm(zonder stootbeugels)
Lengte:
8888 mm(met stootbeugels)
Lengte Wagenbak:
5200 mm(zonder balcons)
Lengte Balkons:
1684 mm
Breedte:
2056 mm
Hoogte:
3175 mm
Radstand:
1800 mm
Wieldiameter:
810 mm
Gewicht:
10040 kg
Nieuwprijs wagenbak:
fl. 4.625,-
Nieuwprijs elektrische uitrusting:
fl. 3.120,-
Totale Nieuwprijs:
fl. 7.745,-
Passagiersindeling:
18-16




In 1908 werden 6 motorrijtuigen geleverd. Het waren rijtuigen met aan de ene zijde zes éénpersoons-, en aan de andere kant zes tweepersoonsdwarsklapbanken. Aan weerszijden konden de drie grote ramen neergelaten worden, zodat deze motorwagens ook wel de "seizoenwagens" werden genoemd. De snel aanwezige glijeigenschappen bij een niet geheel oordeelkundig remmen leidden ertoe dat het personeel deze wagens ging betitelen als "de glijers". De zit/staanplaatsindeling, ofwel de capaciteit bestond uit 18 zitplaatsen in de wagen en geen staanplaatsen, terwijl op het voor- en achterbalkon resp. 7 en 9 passagiers een staanplaats konden bemachtigen, zodat het maximale totaal aantal passagiers 34 bedroeg.

De wagens waren bij levering voorzien van een glaspui rond het balkon, maar bezaten (net als de omgebouwde Unions overigens) geen balkondeuren, zodat bij koude deze open tochtgaten alleen kon worden afgeschermd met dekzeilen. Ook hadden de wagens nog de kleine ronde lijnglaskastjes.
De wagens waren voorzien van SSW-motoren van het type D39I met elk 20 pk vermogen en een overbrenging van 1:5,1.
De bediening van de tram geschiedde door SSW-controllers met 7 rij- en 5 remstanden.

In de periode 1919 tot 1927 werden de wagens voorzien van balkondeuren, ter vervanging van de zeiltjes, en van hoeklantaarns, ter vervanging van de kleine ronde lijncijferglaasjes.

Rond 1920 werd tevens een zadel aangebracht, zodat de bestuurder naar wens de rit zittend, dan wel staand, kon volbrengen.

In de jaren 1931/38 werden de wagens van het donkerblauw met bruine zijwanden en biezen omgeschilderd in het grijs/blauw.

In 1932 ging de weinig succesvolle serie buiten dienst, waarna een enkeling als rangeerwagen werd gebruikt.

Vanaf augustus 1934 kwamen de wagens toch weer in dienst op lijn 19 en in november 1934 werden de weinig succesvolle wagens wederom en nu defintief buiten dienst gesteld voor het passagiersvervoer.

In 1935 werden de wagens alle als rangeerwagens in gebruik genomen. Een enkeling was al vanaf 1932 als zodanig in gebruik. De motorwagens werden vooral gebruikt om bijwagens(tot maximaal 6 stuks) te vervoeren tussen de remises en de eindpunten van verschillende tramlijnen.

In 1941 werden de 233-235 afgevoerd naar de sloper. Per 01-05-1941 werden ze uit de brandverzekering gehaald.

In 1943 werden door houtgebrek de zijbaanschuivers verwijderd, welke nooit meer zouden terugkeren.

In de oorlogsjaren werden de 230-232 als voedseltransportwagens ingericht en reden vaak met de letters E en W(etenswaren). Hierbij reden ze het vervoer van warme maaltijden van de centrale keuken aan de Haarlemmerweg naar de diverse eindpunten, werkplaats, remises enz.

Na de oorlog werden de wagens oa. als trekkracht voor pekelaanhangrijtuigen gebruikt en in april 1947 in het werkwagenschema opgenomen als W16-W18.

In november 1949 werden bij de W18 de weerstanden naar het dak verplaatst.

In 1950 werden de W16-W18, annex 230-232, afgevoerd naar de sloper.

In hun gehele loopbaan hebben de "glijers" op verschillende tramlijnen dienst gedaan, maar hielden het veelal niet lang op de betreffende lijnen vol. Hieronder volgt een overzicht van hun inzet met de bijbehorende periode en trajecten:
    - Lijn 1 (Amstelveenscheweg - Dam v.v.(t/m 1911); Amstelveenscheweg - Stationsplein v.v.(1911-1913); Hoofddorpplein
                    - Stationsplein v.v.(1932)):
                    Vanaf 1908 t/m november 1913 reden de wagens als losse motorwagens in de aanvullende dienst. Tussen april en juni 1932
                    waren de wagens met typewagens aan de haak weer even terug in de aanvullende diensten.
    - Lijn 2 (Koninginneweg - Stationsplein v.v.(t/m 1911); Koninginneweg - De Ruyterkade v.v.(1913):
                    Van december 1910 tot april 1911 reden de wagens als losse motorwagens in de aanvullende diensten. Van juni tot
                    september 1913 waren de wagens wederom los weer even terug in de aanvullende diensten.
    - Lijn 3 (Mauritskade - Stationsplein v.v.):
                    Van juli tot oktober 1908 reden de wagens als losse motorwagens in de aanvullende diensten.
    - Lijn 4 (Amsteldijk - De Ruyterkade v.v.):
                    Vanaf december 1910 kwamen de wagens op lijn 4 terecht in de aanvullende diensten, in eerste instantie uitsluitend met de
                    voormalige grote AOM-paardentramaanhangers, vanaf juli 1912 tevens met de typewagens aan de haak.
                    In november 1913 verdwenen ze van lijn 4.
    - Lijn 5 (Weesperzijde - Spaarndammerplein v.v.):
                    Van 11 juli 1908 tot november 1909 waren de wagens als losse motorwagens in de aanvullende diensten aan te treffen.
    - Lijn 7 (Hoofdweg - Plantage Parklaan v.v.):
                    Van januari tot december 1931 reden de stellen 230+619 in de aanvullende diensten.
    - Lijn 8 (Van Woustraat(Tolstraat) - Stationsplein v.v.):
                    Van november 1909 tot 5 juni 1913 reden ze als losse motorwagens in de aanvullende diensten.
    - Lijn 9 (Molukkenstraat - Stationsplein v.v.):
                    Van 9 januari 1930 tot januari 1931 reden de stellen 230+701 in de aanvullende diensten.
    - Lijn 11 (Station MP - Stationsplein v.v.):
                    Vanaf 1924 tot 9 januari 1930 reden de stellen 230+701 in de aanvullende diensten.
    - Lijn 15 (De Lairessestraat - Plantage Kerklaan v.v.(1913-1914); Valeriusplein - Plantage Kerklaan v.v.(1916-1919);
                    Cornelis Krusemanstraat - Plantage Kerklaan v.v.(1919-1922):
                    Diverse malen reden de 230-ers als losse motorwagens in de aanvullende diensten. Dit was in de perioden november 1913
                    tot november 1914, juni tot december 1916, februari tot september 1919, juni tot oktober 1920 en augustus 1921 tot
                    oktober 1922.
    - Lijn 16 (De Lairessestraat - Thorbeckeplein v.v.(1914-1915); Valeriusplein - Thorbeckeplein v.v.(1915-1916):
                    Van november 1914 tot december 1916 reden 230-ers als losse motorwagens in de aanvullende diensten.
     - Lijn 18 (Mariniersplein - Stationsplein v.v.(1913-1915); Mariniersplein - Dam v.v.(1915-1922); Mariniersplein -
                    Sloterdijk(vanaf 1922):
                    Bij de indienststelling op 18-11-1913 kwamen de 230-ers op lijn 18 te rijden. In eerste instantie in de aanvullende diensten,
                    maar vanaf 19 augustus 1914 in de basisdienst. In juni 1918 verdwenen ze van lijn 18. In oktober 1920 kwamen ze weer
                    terug op lijn 18 in de basisdienst(na een maand gingen ze naar de aanvullende diensten) en reden daar tot de stillegging op
                    22-01-1922. Bij de herindienststelling op 28-09-1922 kwamen ze hier wederom in de basisdienst te rijden en bleven daar tot
                    in 1924. Lijn 18 reed altijd met losse motorwagens, dus ook deze serie reed hier los.
    - Lijn 19 (4e lijn: Mercatorplein - Stationsplein v.v.; 5e lijn: Czaar Peterstraat - Stationsplein v.v.) :
                    Op de vierde lijn reden de stellen 230+701 vanaf december 1931 tot de ophef op 01-01-1932. Vervolgens kwamen de
                    wagens heel even terug in de dienst als losse motorwagens op de vijfde lijn 19 tussen augustus en november 1934.
Op de lijnen 6, 10, 12-14, 17, 20-25 vond in de regel geen inzet van de glijers plaats, maar in de praktijk kan dit uitzonderlijk wel eens plaatsgevonden hebben. De inzet in de basisdienst betekende overwegend dat het materieel van aanvang dienst tot einde dienst was aan te treffen, terwijl de aanvullende diensten met name spitsversterking betrof en/of enkele dagdiensten. Buiten deze reguliere diensten werd het tweeassig materieel nog regelmatig op de diverse lijnen ingezet als extra's, waarbij dan ook op lijnen werd gereden, waar de inzet (tijdelijk) niet gebruikelijk was.

Laatste inzet
Wagennr.   Aflevering    In Dienst Op Lijn Buiten Dienst     op lijn    Afvoer op Afvoer naar
    230      -    -1908      -    -1908              -11-1934       19      -    -1950 sloper "(afgevoerd als werkwagen W16)"
    231      -    -1908      -    -1908              -11-1934       19      -    -1950 sloper "(afgevoerd als werkwagen W17)"
    232      -    -1908      -    -1908              -11-1934       19      -    -1950 sloper "(afgevoerd als werkwagen W18)"
    233      -    -1908      -    -1908              -11-1934       19      -    -1941 sloper
    234      -    -1908      -    -1908              -11-1934       19      -    -1941 sloper
    235      -    -1908      -    -1908              -11-1934       19      -    -1941 sloper









                 






Traminfo.nl © 2003-2015 | Contact  | Colofon | Disclaimer | Links